Pedro van Raamsdonk

Heeeeerrrrre’s Pedro!

Volgend jaar gaat hij naar Amerika, zegt Pedro van Raamsdonk aan het eind van ons gesprek. Deelnemen aan de World Police and Fire Games, een soort Olympische Spelen maar dan alleen voor politie en brandweer. Toch weer boksen? Neen. Hij gaat als atleet. Op dat zogeheten veteranenboksen komen we nog te spreken, maar eerst de Police Fire Games.

“Ik ga hardlopen. Je moest drie afstanden opgeven, de indeling is afhankelijk van het aantal deelnemers. Mijn eerste keus was tien kilometer, de tweede 5 kilometer en de derde keus 800 meter. Ik kan niet goed sprinten maar na 400 m kom ik op gang. Een sponsor heb ik ook, dat is de eigenaar van Formido. Een bouwmarkt.”

Dat is mooi nieuws. Met zijn boksersmentaliteit gaat hij natuurlijk winnen, stel ik meteen vast. Ja, uiteraard, knikt Pedro maar hij waarschuwt tegen overspannen verwachtingen: “Je moet wel een beetje reëel blijven. Ik ben van nature geen atleet. Als ik kan winnen, ga ik zeker weten winnen. Bij de politie zitten veel ex-atleten. Maar vaak zijn die geblesseerd geweest waardoor ze moesten stoppen. En ik heb helemaal niks,  ik ben blessurevrij. Als ik een klein gaatje zie om te winnen dan ga ik het zeker proberen. Maar ik moet van te voren zeggen, de kans is heel klein dat ik win.”

Dan hebben we al een middag gepraat, dat wil zeggen Pedro praat. Als hij op gang komt, is het een spraakwaterval en een bruisende ook. Gaat het over boksen, dan demonstreert hij erbij: “Links en dan meteen links, bam rechts.”

Brandalarm? Snel de kleren in.

Hij vertelt dit in de brandweerkazerne aan de Amsterdamse Dapperstraat, waar hij werkt. Eerder op de middag heeft hij me daar rondgeleid. Een brandweerkazerne ken ik alleen van Amerikaanse film. Vanmiddag lijk ik in die film beland te zijn. Handsome guys in een grote huiskamer. Veel etages, deze kazerne is fijn oud. Maar wel overal computers en televisies. Boven, waar Pedro en ik praten, is ook de sportruimte. Voor de ingang hangt een blauwe bokszak. Slaapzalen hebben ze niet meer, maar wel is er nog de klassieke paal waarlangs de brandweerman zich naar de brandweerauto kan laten glijden. “Doe ’t eens voor,” vroeg ik hoopvol.

Van te voren had ik me ingelezen en wat YouTube films gezien van zijn wedstrijden. Maar toen ik naar zijn verzameling titels keek, bleef er maar één vraag over: wat is het geheim van Pedro van Raamsdonk?

Eerst de titels:
Als amateur bokser:  2 x junior kampioen van Nederland; 7 x senior kampioen van Nederland; 1979 Winnaar Diamond Belt toernooi in Los Angeles (USA); 1980 Winnaar Diamond Belt toernooi in Los Angeles (USA); 1980 Winnaar Golden Gloves toernooi van Californie; 1981 Bronzen medaille winnaar Golden Gloves van Amerika;  1981 Zilveren medaille winnaar Europese kampioenschappen in Tampere (Finland);  1982 Bronzen medaille winnaar Wereldkampioenschappen in München (Duitsland) 1984 5e plaats tijdens de Olympische Spelen van Los Angeles.

Als professioneel bokser:  2x Professioneel kampioen van Nederland; 1987 Benelux kampioen; 1988 Europees kampioen.

En dan ook nog veel andere toernooien winnen en hoog op de wereldranglijst staan.

Wat zijn geheim is, dus. In de loop van de middag komen de antwoorden.

De liefde voor de sport. Pedro: “Ik vond en vind het boksen gewoon leuk. Vooral wanneer ze mij niet konden raken en ik hun wel. Boksen is de noble art of self defence. Dat gaat niet over aanvallen of vechten.”

Boksen is voor hem ook: erover schrijven. Zijn blog bestaat al meer dan vijf jaar; eerder schreef hij columns voor De Telegraaf. En Pedro geeft boksclinics, privélessen en bokstrainingen op een school in Amsterdam-Noord. Nog steeds een leven voor de sport. Dan zit de liefde inderdaad diep.

Een goed team om je heen. “Anders haal je het niet. Goede sparringpartners, goede verzorgers, goede trainers.  Dankzij Ruud van der Linden kwam ik in Amerika terecht, hij kende Henry Davids en daar ben ik toen gaan trainen waardoor ik in de Golden Gloves kwam. Ben je amateur, dan is een goede boksschool belangrijk. Voor mij was dat de Albert Cuyp. We waren een team. Saamhorigheid.”

In Amerika heerste een andere mentaliteit, ontdekte Pedro al snel. Harder, ja. Vooral gericht op dat ene: winnen.

“Ze praten niet over verlies. Als ik daar binnenkwam was het “hi champ”, en niet een keertje, elke dag weer. Het sparren daar is harder dan hier. Gewoon een wedstrijd, niet van zachtjes stoten. Je slaat ze in principe de kolere. En als je dan van hele goede jongens wint, en je hoort elke dag “you’re gonna be a champion”, dan ga je je ook een champ voelen.”

Van zichzelf hield Pedro al niet van verliezen. Winnen, daar ging het toch om? Wat dat betreft noemt hij zijn ADHD een zegen: “Als ik een doel heb, kan ik me heel sterk daarop concentreren. Ook daarom ben ik ver gekomen, omdat ik steeds een nieuw doel had.”

Ik zeg iets over de noodzaak van talent.

“Talent bestaat niet,” doceert Pedro. “Je bedoelt aanleg. Iedereen, of het gaat om sport, wiskunde of zaken doen, moet oefenen om iets te bereiken. Je moet gewoon goed je best doen. Je moet oefenen. Oefenen! Niet meer. Alleen oefenen.”

Dus als twee boksers even hard trainen, dan worden ze even goed?

“Nee, want de een kan fysiek meer voordeel hebben. Ik ben lang, en als ik tegen een kleine bokser sta, dan moet ik gebruik maken van mijn lengte om fysiek voordeel te hebben. Kijk, als je je iets snel eigen maakt, dan noemen wij dat talent. Maar je maakt je alleen iets eigen, als je het constant blijft herhalen.”

Soms heeft het gesprek iets weg van een hoorcollege boksen. Ik zit en luister en vraag. En Pedro geeft antwoord, met uitgebreide voorbeelden. Over de mind games bijvoorbeeld. Dat hij met zijn 1m94 vrijwel altijd boven de tegenstander uitstak, die dus tegen hem moest opkijken. “Dan heb je psychologisch overwicht”. En dan voortdurend oogcontact houden, vanaf de eerste seconde in de ring. En maar kijken.

Wat is het allerbelangrijkste om goed te boksen, vraag ik dan.

Ontwijken,” zegt Pedro zonder te aarzelen. “Dat is les één.”

Serieus?

“Een stap achteruit zetten vind ik het belangrijkste. Zó sta je, dan ga je links stoten, en wegwezen. Begrijp je? Niet stoten en blijven staan, nee, BAM en wegwezen. Boksen is de noble art of self defence, dus het is een verdedigende sport. Je moet je dus de verdediging eigen maken. Ik hoor weleens trainers roepen ‘aanvallen’ maar je moet helemaal niet aanvallen. Als je aanvalt, ben je altijd kwetsbaar. Dat is in elke sport zo.”

We spreken nog even over het veteranenboksen dat in Nederland in opkomst is. Ik vind het leuk en  interessant. Want er zijn boksers, die sterker zijn op hun 45ste dan ooit tevoren. In twee woorden: George Foreman. Pedro denkt er anders over:

“Daar doe ik niet aan mee. Dat vind ik zo’n flauwekul. Kijk, boksen is geen spelletje. Het is een serieuze aangelegenheid. Met voetbal kun je een spelletje voetballen. je kunt een spelletje basketballen, volleyballen. Maar boksen is geen spelletje. Het is een serieuze business. Je kunt een stomp voor je kop krijgen en als je ouder bent, herstel je daar minder snel van. Je wordt ook langzaam. In mijn hoofd kan ik zo wereldkampioen worden, dan versla ik iedereen.

Pedro van Raamsdonk (foto: Piek.tv)

Als je in mijn hart kijkt, pak ik ze allemaal. Maar als je dan logisch nadenkt, dan kan dat niet meer.”

In mijn hart ben ik een beetje teleurgesteld. Pedro in de ring, dat was wat geweest. Ervaring, psychologisch inzicht en een scherpe techniek kunnen toch dat eventuele verlies aan snelheid compenseren. Ik denk nog steeds aan Foreman. Pedro lijkt me in uitstekende vorm te zijn, zeker met de plannen voor de Police and Fire Games. Maar onderhandelen is er niet bij, helaas. Hoe vriendelijk hij ook is, een nee is een nee en geen misschien.

De middag eindigt toch vrolijk. Hij laat me zijn boksarchief zien (veel mooie foto’s) en vertelt dat zijn autobiografie waarschijnlijk volgend jaar verschijnt, zegt Pedro. Romancier Jan van Mersbergen is er nu ook bij betrokken. Als ik thuis ben, is er mail van Pedro. Huiswerk van de bokser: boeken die ik moet lezen. Ga ik doen.

Ben Bril Memorial 2010 (2)

Ben Bril Memorial. Theater Carré in Amsterdam, maandag 18 oktober 2010.

Rode hoek: Hassan Ait Bassou  (Wellness Proficentre) -   Kobe van de Kerkhoven (Belgie). Wedstrijd om de Beneluxtitel. Tien ronden. Alleen eerste ronde gefilmd.

In de vierde ronde gebeurde het: Hassan haalt uit, boem, Kobe valt en blijft liggen. Meteen weg. Artsen erbij, begeleiding de ring in, ik kijk met angst naar Kobe en met vreugde naar wat er vlak voor mijn ogen gebeurt: de ontlading van Hassan. Hij weet: de titel is binnen. In de kleine ruimte van de ring is het bomvol emoties en daaroverheen golft dan de kracht van het publiek. Het geluid is oorverdovend en het maakt alle emoties in de ring tien keer zo sterk. Een explosie van gevoelens, of er een bom is ontploft.

Hier ligt hij. Het gaat niet goed. Maar hij komt weer bij. Later zal de ringarts zeggen dat er een EEG moet komen, en zeker 60 dagen rust. Een zware KO. Ja, en hoe ga je dan weer verder. In de rode hoek groeit het besef van wat er zonet gebeurd is. Hassans trainer Michel van Halderen komt de ring in. De Beneluxtitel, het is gelukt.

Kobe staat weer op, Hassan krijgt de kampioensgordel en blijft nog minuten in de ring. Filmcamera’s eromheen, fotografen, het publiek blijft juichen. Michel van Halderen is geëmotioneerd. Hassan ook. Als hij eindelijk uit de ring gaat om naar zijn kleedkamer te lopen, duurt die weg lang. Onderweg vrienden en bekenden die hem tegenhouden, omhelzen, feliciteren, iedereen wil in de blijdschap delen. Hij houdt zijn gordel stevig vast. Mensen willen met hem op de foto, en Hassan poseert met iedereen die dat graag wil.

In de kleedkamer is het druk. Er is champagne, er wordt volop gefotografeerd en ik stel de hamvraag: “Hassan, wat nu?” Hier is zijn antwoord:

Het oude geld-dilemma weer. De K1 roept. Madrid komt eraan. Zo hebben we een sterke bokser, zo kan hij weer verdwijnen. Ik gun Hassan al het geld van de wereld, maar ik wil zo graag meer bokswedstrijden van hem zien.  Waarom is er met boksen toch zo weinig te verdienen? Dat antwoord van “het is nou eenmaal zo” is niet goed genoeg.

Deze wedstrijd vond ik een van de betere partijen. Dat snelle, dat aanhoudende initiatief, dat gemak van boksen dankzij een geweldige conditie. Het lijkt of kickboksers dat vaak hebben. Ik zag het ook in de wedstrijden om de Grote Carré Prijs van Amsterdam. Ik zag een scherpe Hasaid El Doustati winnen van Mitchel Bloksma, die voor de wedstrijd nog imponerend in de ringtouwen hing. Groot, sterk, gespierd en met ogen van glas. El Doustati bleef hem opjagen en aanvallen en won. Maar in de finale tegen Marino Schouten (Alkmaar) kwam hij net tekort. Marino, die de zaterdag ervoor nog een aantal kickbokswedstrijden had uitgevochten, ging met de grote beker naar huis.

Rode hoek Hasaid El Doustati (Mousid Gym) tegen blauwe hoek Marino Schouten (Alkmaar). Vier rondes van drie minuten. Eerste ronde, klik door voor de andere rondes.

Wat een avond, en toen moesten de slotpartijen nog komen. In de zaal waren ook verschillende boksprominenten. Ik zag onder andere Pedro van Raamsdonk, Raymond Joval, Lucia Rijker en oud-bokspromotor Ruud van der Linden.

Morgen op Hoekvrouw.nl: meer wedstrijden en beschouwingen.  Onder meer Esther Schouten, Innocent, wat Lucia Rijker zei en de controverse rondom de rondemister.