Boksbond 100 jaar

Wie zijn deze mannen?

Uiteindelijk noteer ik hier maar een fractie van hetgeen ik hoor in de bokswereld. Ja, natuurlijk. Vertrouwen moet er zijn. Een belangrijk deel zal terecht komen in het grote boksgeschiedenisboek dat ik aan het maken ben. Ik ben er nog wel een tijdje zoet mee, ook omdat ik voor brood op de plank moet zorgen.

Vandaag is het honderd jaar geleden dat ‘den Nederlandschen Boksbond‘ werd opgericht, toen nog met sch. Gefeliciteerd, zeg ik, met vooral bezorgdheid over al de raadsels uit het honderdjarig verleden. Komt dat nog goed? We missen nog zoveel kennis, het verleden is zo slecht bijgehouden. Het bondsarchief bestaat uit zo’n 30 dozen, dat is veel te weinig voor een eeuw boksen in Nederland, Indië, Suriname en op de Antillen. Dertig dozen! Bizar. Het hadden er driehonderd moeten zijn. Minstens.

Honderd jaar lang hebben we dus een traditie van het georganiseerd boksen. Nederland, boksland. Maar dat we een boksland zijn, moeten we bewijzen met feiten, verhalen en geschiedenissen.

De mooiste boksfoto die ik nu heb, komt uit Limburg. Ik zag ‘m op de website van SCM Boxing en er was iets in de afbeelding dat me raakte. Meteen uitgeprint op hoogglanspapier en nu staat de foto op mijn schrijftafel. Twee mannen. Wie het zijn, weet ik niet. Evenmin wat er gebeurd is. Wanneer de foto genomen is? Misschien jaren ’30. Of later. Ik moet raden. Zelfs de oude garde in Maastricht wist het niet. Ik ben een generatie te laat met mijn vragen, denk ik soms. Maar ik geef niet op. Straks ga ik de Limburgse kranten vragen om hulp. Misschien leeft er nog iemand die wat gehoord heeft, ooit eens.

Bewaard is er weinig, opgeschreven is er ook niet zoveel. Vandaag de dag is de situatie niet veel beter. Er zijn oud-boksers die liever hun plakboeken verbranden dan ze aan de Boksbond te geven. Andere boksers laten hun plakboeken op zolder verstoffen, dat onverschillige is weer het andere uiterste. Maar ik ken ook jonge boksers en trainers die willen weten in welke traditie ze staan. Die zoeken naar het boksverleden.  En er zijn oud-boksers die aan een autobiografie werken, of dat willen doen.

Mijn eigen situatie is eenvoudig. Boksen kan ik helaas niet (de motorische coördinatie ontbrak), schrijven wel. Daarbij ben ik nostalgisch ingesteld. En idealistisch, dat ook nog. Dus tel dat bij elkaar op, en dan is het duidelijk waarom ik hier ben, op dit weblog en met de twee boksboeken die ik tot dusver schreef.

Vandaag bestaat de Boksbond dus honderd jaar. Een mooie verjaardag. Lekker oud. Maar wie zijn toch die twee mannen op de foto?

SCM Boxing, Gentiaanstraat

SCM (Sport Club Maastricht) Boxing, dinsdag 30 maart 2010. Maastricht, Gentiaanstraat.

Gentiaanstraat, zij-ingang

Dis Paulussen met zoon Kevin (foto: Piek.tv)

Die dinsdagavond is het rustig in de Gentiaanstraat. Het is de day after, zonder dat ik de night before heb meegemaakt. Dat was de centrale training Zuid; de wedstrijdboksers zijn in in Heerlen wezen sparren. Centraal, dat wil zeggen met de Limburgia, Olympia ‘75 en boksclub de Amateur. Iedereen is flink afgemat dus vanavond gaat het een beetje rustig aan met de warming up.

Ik ben op bezoek bij SCM Boxing, Sport Club Maastricht, wat eigenlijk een boksschool is. Door de trainers, die ooit eens boksers waren bij weer andere trainers, gaat de school terug naar MBV, de Maastrichtse  Boksvereniging, die voor de oorlog ontstond. Dat leer ik uit een mooi stukje in het clubblad en later van voormalig bokser en trainer Louis Berkhof, die “al onze jongens uit het Zuiden” met mij zal bespreken. Over hem later meer. Wat een man, zeg ik alvast, bijna 80 jaar, een messcherp geheugen en top in conditie.

SCM Boxing heeft een grote locatie: twee grote gymzalen en dan nog een bar en ruimte om te vergaderen. De locatie is onderdeel van een groot scholencomplex, waarmee SCM fysiek verbonden is. Achter het spiegelwandje is een deur. Allemaal aanwas, denk ik optimistisch, al is de vereniging tamelijk groot: zo’n 150 leden waarvan een kleine tien wedstrijdboksers. Die twee groepen trainen elk in een eigen gymzaal. Recreanten beneden, wedstrijdboksers in wat nog steeds de ‘Aula’ heet. Daar, bij de wedstrijdring, zit ik die avond op een stoeltje. Kijken naar Stijn Vanderbiesen die de training geeft, praten met Dis Paulussen die straks in juni klaar is met zijn opleiding tot trainer. Vroeger heeft hij zelf gebokst. Straks is hij de tweede trainer met een Bondsdiploma, naast Jan Duits.

Dis vertelt dat SCM Boxing in 1993 is opgericht, toen de trainer van de toenmalige boksschool besloot om alleen met wedstrijdboksers verder te gaan. Dus begonnen de recreanten een eigen vereniging. Voor zichzelf. In begin was het alleen vriendschappelijk onderling trainen, en hoe gaan die dingen, die dingen breiden zich altijd vanzelf uit. Maastricht alleen al is rijk aan boksgeschiedenis, dat zie ik wel aan de vaantjes en posters die overal aan de muur hangen. Dan zeg ik nog niets over de hoeveelheid bekers en prijzen die niet meer in de vitrines passen. Al die namen, ze betekenen nergens zoveel als hier.

Inmiddels bloeit SCM Boxing alweer jaren. Ze denken aan uitbreiden met groepen voor kinderen en ouderen. Afgelopen januari hadden ze een groots boksgala en de club is aanwezig op wedstrijden. Ja, SCM heeft wedstrijdboksers. Daar hadden de recreanten weer zin in gekregen. Ze doen het goed, en Dis verwacht vooral veel van Junior Vrancken en van zijn zoon Kevin. Trainer en vader tegelijkertijd zijn, het is een combinatie die ik ook bij vader en zoon Durfornee (Quality Sport, Tilburg) zag. Tough love.

Bij SCM Boxing is de omgang tussen trainers en wedstrijdboksers vriendelijk maar daaronder ligt een fundament van ijzeren regels. Dis verwacht discipline van de wedstrijdboksers en het SCM-huisreglement telt 2 kantjes, in kleine letters past het er net allemaal op. Dat Limburgs klinkt zo zacht, maar softies zijn het bepaald niet. Uitleg in twee woorden: Arnold Vanderlyden.

Die avond staat Stijn er ontspannen bij. Hij weet dat de boksers moe zijn. Zo’n centrale training is niet flauw. Daarom bouwt hij het een beetje op, dat iedereen er geleidelijk weer in komt. Van huis uit is hij kickbokser en MMA-vechter. Overdag werkt hij bij een bank. “Om zes uur gaat het knopje op”, meldt hij monter, want dan kan de stropdas af en begint hij zijn vechtsportleven.

Later praat ik in de SCM-bar na met Dis over boksers en trainers. Hoe hecht die band kan zijn. En hoe moeilijk het voor een trainer is om ‘zijn’ bokser los te laten. Het moet, vindt Dis. Want een bokser is niet van zijn trainer, die ‘maakt’ hem niet. Een trainer moet weten of en wanneer hij een stapje terug zet: “Ik stuur Kevin straks een maand naar een andere vereniging. Als hij het ergens anders beter doet, dan laat ik hem los. Je doet het tenslotte allemaal uit liefde voor de bokssport.”

Geleidelijk komen de bestuursleden uit het kleine vergaderzaaltje. De zaak loopt goed. Groei in de club, wedstrijdboksers, en dan als een van de weinige boksscholen in Nederland een eigen clubblad. ’t Zijstepske. Ik heb me alvast geabonneerd.