Kickboksers in Katwijk

Deze column verscheen eerder op HaagseTopsport.nl

De vloek van Hoorn hing over Katwijk. Sinds die vechtpartijen in mei is elk kickboksgala verdacht. Moet je tegen kunnen als organisatie. Je hoest een keer te hard en je bent je vergunning kwijt. Zaterdag was er in Katwijk een kickboksgala. En wat gebeurde er?

Er zijn weken dat ik er niet kom, in Katwijk aan Zee. Vissers, verenigingen die Koninginnedag vieren en de zee. Tja. Maar toen er daar een kickboksgala werd georganiseerd, wilde ik dat zien. Kamakura Katwijk bestaat al sinds de jaren ’90. Het is een satelliet van onze Kamakura in de Gheijnstraat. In Katwijk doen ze alleen kickboksen. Er is weinig verloop in de club, wat me niks verbaasde. Het is trouw volk.

Het gala was in TriPodia, een theater in het winkelcentrum. Ik hing rond in de foyer om te kijken wat er binnenkwam. Hoe dat ging. Iedereen leek elkaar te kennen. Het was gezellig, bijna gemoedelijk. Wat kinderen die rondhuppelden en tikkertje speelden. Dat is old skool, hoorde ik later. Die sfeer. Zoals het vroeger was. FightstarTV kwam binnen, alles ging live het internet op. Twintig partijen stonden op de lijst, dus een volle avond. De kickboksers gingen in en uit de ring, de ringspeaker galmde de namen, en de zaal stroomde voller en voller. Een goede meerderheid aan Katwijkers. Sponsors uit Katwijk. Vertrouwd. Maar al organiseren ze daar bijna dertig jaar datzelfde gala, dit jaar was het toch anders. Dat kwam door Hoorn.

Bij de organisatie was onrust, of beter gezegd, ze stonden op scherp. Dan zie je iemand die tegen jou glimlacht en intussen met zijn ogen iets anders zegt. Want sinds Hoorn weet iedereen: als het om kickboksen gaat, dan liggen de kaarten anders. Bij voetbal heb je rellen waar een oorlogsmacht aan politie bij komt (jaja, van onze belastingcenten) en dat leidt alleen tot nog meer vergaderingen. Bij het eenvoudigste kickboksgala hoeft er maar één man een andere man scheef aan te kijken, of je bent je vergunning kwijt. Ook als die man toevallig scheef keek van de kiespijn.

Sinds Hoorn hebben overal in Nederland burgemeesters kickboksgala’s afgelast, met als dieptepunt het grote gala in de Rotterdamse Topsporthal. Dat is slecht voor de sport. Het lijkt me ook slecht voor de stad, zo’n bange burgemeester. Hopelijk heeft hij een vrouw die zijn hand vasthoudt als het ‘s nachts donker wordt.

Dus in Katwijk deden ze wat ze altijd doen. Schouders aaneen, schouders eronder. Alles in eigen hand houden. Beveiliging aan de deur door jongens uit de club. Strak toezicht in de zaal. Bij het minste relletje meteen ingrijpen. Dus toen iemand een meisje lelijk aankeek, stond er prompt een Katwijker bij. Dan is het meteen klaar. Al met al gebeurde er eigenlijk niets, de wedstrijden waren fantastisch, de stemming zat er in, terwijl iedereen toch wist dat we die hele avond op eieren hadden gelopen. En waarom nou eigenlijk?

Oud-worstelaar Harry Steinmetz

Den Haag Centraal, 9 december 2011. Foto Ronald Mooiman

“En dan kun je de nieuwe worstelaar opvreten”

Regeren is vooruitzien, weten ze ook in de worstelwereld. In januari begint de voorjaarscompetitie om de landelijke titels. Het Haagse Simson KDO doet ook mee. Er is altijd hoop, maar er zijn ook twijfels. Hoe staat het ervoor? Een gesprek met trainer en oud-worstelaar Harry Steinmetz.

In het hart van de Schilderswijk, aan de Rubensstraat, zit een van de oudste sportscholen van Nederland. Simson KDO, Kracht Door Oefening. Die ‘kracht’ gaat vooral over worstelen, al kun je er ook andere sporten doen. Weinig mensen weten nog dat Nederland een rijke worsteltraditie heeft. Harry Steinmetz wel. Hij komt uit een worstelfamilie, die al generaties lang betrokken is bij Simson KDO. “Twee broers van mijn oma Brekelmans worstelden ook hier, en mijn oma haar vader is voorzitter geweest”. Harry zelf heeft een carrière als worstelaar gehad (landelijk kampioen en vijfde van de EEG) en is sinds jaar en dag trainer bij de club. Hoe leer je iemand worstelen? Met geduld, dat allereerst. “Eer je een beetje de technieken kent, ben je zo twee jaar verder. Het is een moeilijke sport, heel technisch. Na een jaar denk je dat je het nooit leert, maar dan komt er een nieuweling binnen en die kun je dan opvreten, bij wijze van spreken”. Zo doet Harry dat. Met geduld en humor. Op die manier houdt hij als worsteltrainer de club bij elkaar, en op peil. Eigenlijk begrijpt hij niet goed dat er vooroordelen tegen zijn sport bestaan: “Worstelen is eigenlijk een hele nette sport. Geen verwurgingen, geen armklemmen. Ja, je hebt weleens dat je een kopstoot krijgt maar dat mag niet. Wat gebeurt er niet bij voetbal?”

Wedstrijden

De voorjaarscompetitie dus. En het Haagse worstelen. Er zijn alleen mannelijke worstelaars bij Simson. Dat is half een keuze, half toeval. “Je pakt elkaar toch op bepaalde plekken beet bij technieken, of je hebt hoofd ergens tegenaan, dat gaat gewoon moeilijker bij een vrouw”, vindt Harry. Mochten zich vrouwen aanmelden, dan is hij bereid een klasje te maken. Dat is niet zo gek: het grootste worsteltalent van Nederland Jessica Blaszka uit Limburg, een lichtgewicht die de Olympische Spelen verwacht te halen.

Van Simson KDO worstelen er een aantal jongens straks in de Nederlandse competitie. Tussendoor en tegelijkertijd gaan ze naar Duitsland, waar het worstelen zo groot is als bij ons het voetbal. Alex Koval komt bij Harry: morgen moet hij naar Duitsland en hij is drie kilo te zwaar voor wat hij in de wedstrijd mag wegen. Harry: “Morgen is hij op gewicht, hoor. Ik was ook nooit te zwaar. Zie je dat hij zich nou helemaal in het plastic heeft ingepakt? Dadelijk gaat hij trainen, straks hardlopen op de band boven en dan zal hij morgen heel weinig eten. Je moet er wat voor overhebben, natuurlijk”. Dat is met Koval het geval. Overdag maakt hij lange dagen als betonvlechter in de bouw, en vrijwel elke avond is hij op de Rubensstraat. Plus dan nog de wedstrijden in het weekend. Maar zoals Koval zijn er niet veel, weet Harry. “Mensen zijn niet meer gewend wat op te offeren, zichzelf weg te cijferen. Minder eten om gewicht te maken vinden ze te moeilijk”. Daar komt dan nog bij dat de trainingen voor worstelen loeizwaar zijn. Erna ben je dankbaar als je in bed ligt. Daarin zit misschien de reden dat zijn competitie-jongens vooral uit het Oostblok komen. Die hebben een andere mentaliteit. Doorzetters zijn het. “Goeie jongens, allemaal“, zegt Harry trots.

Den Haag kan aardig meekomen in de Nederlandse competitie en worstelt zelfs in de A-competitie. Andere worstelsteden zijn Amsterdam, waar Body Fit zit van Bert en Bertje Kops, vader en zoon. In Utrecht zit De Halter, waar ooit Anton Geesink begin met worstelen. De Halter heeft ook zogeheten ‘stoeiclubs’, waarmee ze kinderen naar de club trekken. Dat heeft Harry ook geprobeerd: “Het is heel moeilijk om hier jeugdworstelen van de grond te krijgen. Er moet dan reclame gemaakt worden zodat iedereen het weet. Als je heel jonge kinderen hebt van zo’n zes jaar, dan moet je die contstant in de gaten houden, anders hangen ze weer in dat touw. We hebben het geprobeerd. De een nam een neefje mee, ik zeg nog neem een vriendje mee. Maar dan gaan ze toch gauw spelletjes doen in plaats van  greepjes en techniekjes aan te leren”. Wat hij niet zegt maar wel bedoelt: bij Kops en De Halter hebben ze meer trainers. Hij staat er hier alleen voor. Twee avonden per week geeft hij les. De clubliefde zit diep bij hem. Niemand bij Simson die eraan wil denken wat er gebeurt als Harry het voor gezien houdt.

Verder komen

“Ik was twaalf jaar, toen ik voor de eerste keer op de mat ging worstelen. Je had destijds de Nederlandse kampioenschappen in Overbosch en daar ben ik toen gaan kijken. Ik kon bij Simson meetrainen en op zaterdag stond ik op de mat, zo snel ging dat. Nee, ik was niet bang want ik had een judo-achtergrond dus ik was al met sport bezig. Die zaterdag stond ik tegen Kees Mantel, dat was de kampioen van Nederland. Vanaf toen ben ik bij de club gebleven. Zeker drie keer per week trainen en als je wedstrijden doet, dan ga je voor jezelf ook nog hardlopen. Toen ik een jaar of veertig was, hield ik de wedstrijden voor gezien. De trainers gingen geleidelijk weg en toen ben ik opgestaan en het gaan doen”.  En zo is dat ongeveer al tien jaar. Als het kan met zijn werk, gaat Harry mee naar wedstrijden in Duitsland. Harry: “Ik was met Alex in Dortmund voor de Europese kampioenschappen en we gingen nog even het stadje in. De worstelaars haalden we er meteen uit. Die hadden bloemkooloren“. Hijzelf ook, alleen rechts (“Waarom dat zo is, weet ik niet”); er past geen Ipoddopje in het verdikte kraakbeen om de ooropening.

“Ik hoop dat we volgend jaar in de competitie beter presteren”, zegt Harry. “Dus dat de jongens die wedstrijden doen, zich ontwikkelen en beter gaan worstelen. We hebben Spyros, Mat, Singh, Alex, Mazud. Dan zijn er pas twee Poolse jongens bij gekomen, en iemand uit Oegstgeest. Sinds een paar weken hebben we opeens weer aanwas, het is onvoorspelbaar. Met de harde ken hoop ik verder te kunnen gaan, zodat de andere jongens zich aan hen kunnen optrekken en beter worden. Daar komen weer nieuwe leden uit voort”. Via via, bedoelt hij, want vooral uit Oostblok komen ze naar Simson, en met worstelervaring ook nog. Dat is pure winst voor de club. Hij houdt ze er graag bij. Al is het wel een beetje jammer, alles welbeschouwd, dat er nauwelijks meer Haagse jongetjes zijn die zo in de club groeien als hij dat gedaan heeft. Maar die Oostblokkers, nou.

Haagsche Athletiekvereeniging Hercules

Oproep

 

(klik op de foto voor een groot formaat)

Ed Boers mailde:

Bijgaand een foto die ik al ruim 40 jaar in (familie)bezit heb en afkomstig is van mijn oud-oom N.J.C. Hoedeman. Hij was voor de oorlog vertegenwoordiger van de Koninklijke Nederlandse krachtsportbond bij gewichthefwedstrijden. Het is een groepsfoto van de Haagsche Athletiekvereniging Hercules. Deze vereniging is op 1 nov. 1900 opgericht en op de foto staan waarschijnlijk de gewichtheffers en worstelaars van de vereniging. De foto is te dateren rond 1905. Het gemeentearchief bezit één vergeljikbare foto van de vereniging (nr. 1.53078). Namen die ik heb kunnen vinden van enkele leden die aan gewichtheffen/worstelen deelnamen zijn: Barend Havelaar, P.W. Caffa, F.F. Moonen, J. Mutsiers, J. Sinteur, W. Graafeiland, J. Smulders, van Son, Baan. Mogelijk staan deze op de foto. Dhr. J.B. van Vliet is voorzitter geweest tussen 1903 en 1943 (mogelijk 2e van links met de hoge hoed). Op de achterzijde van de foto staat `Barend Havelaar v. Kinsbergenstraat 98´. Dit huis bestaat nog, mogelijk woonde daar een lid of bestuurslid, mogelijk is de foto daar in de achtertuin gemaakt.

Er is bijzonder weinig te vinden over deze vereniging. Hercules Den Haag moet tot in de jaren ´50 hebben bestaan want er is in 1950 een jubileumspeldje gefabriceerd. Andere bekende verenigingen in die tijd waren Hercules Dordrecht, Simson en K.D.O.

Volgend jaar viert de KNKF (Koninklijke Nederlandse Krachtsport- en Fitnesfederatie) haar 100 jarig bestaan en het zou leuk zij hierover een tentoonstelling te organiseren. Herkent iemand personen op deze foto? Weet iemand waar de personen trainden? Het zou leuk zijn als iemand iets meer informatie over deze inmiddels lang opgeheven vereniging heeft. Misschien heeft het wel een maandblad gehad.

Al uw reacties zijn welkom bij Edboers@casema.nl

Op expeditie

Een kleine twee weken geleden zag ik een klassiek bloemkooloor. De eigenaar was een Poolse bokser-worstelaar die ook aan jiu jitsu deed.  Helaas mocht ik geen foto van maken, maar wel eraan zitten. Dat deed ik dus. Het oor voelde dik aan, keihard ook, met al die dikke rimpels erin. Pijn deed het niet, ook niet toen ik kneep. Bloemkooloren ken ik uit boksverhalen over de tijd voor de oorlog. Ik wist niet dat ze nog voorkwamen. “Door het worstelen,” zei hij, “zonder oorkappen.” Hij was lid van worstelvereniging Simson KDO, maar oorkappen gebruiken ze geloof ik nergens in worstelland.

En zo had ik weer een verband gevonden tussen boksen en worstelen. Historisch zijn de sporten verwant, en nog steeds lopen ze een beetje in elkaar over. Bij de sportschool van Bert Kops in Amsterdam natuurlijk helemaal; daar kun je boksen en worstelen. Bert Kops senior heeft handenvol worsteltitels op zijn naam staan.

Zo kom ik via het boksen in verwante werelden terecht. Ik ben op expeditie. Dus maakte ik voor het overzicht een nieuwe site Hoekvrouw2.nl Over vechtsport en krachtsport. Afgelopen zondag was ik bij het Nederlands kampioenschap bankdrukken. In Alkmaar.  Daar merkte ik ook hoe goed bij bokswedstrijden geregeld is. Wij hebben bijna altijd mooie wedstrijdoverzichten met naam van de bokser, gewichtsklasse en vereniging. Afgelopen zondag vroeg ik naar zo’n overzicht en men keek mij aan of men water zag branden. Was er niet. Hadden ze niet. Kwam nog wel eens online. En ik dacht, mensen, het is een Nederlands kampioenschap, doe daar iets mee.

Ik filmde onder andere Torben Olsen: 21 jaar en 103,5 kilo’s wegende.  Hij telt daar als ‘junior’. Torben zag ik 210 kilo omhoog tillen. Als kind wilde hij al krachtsporter worden, maar zijn ouders hadden liever dat hij naar judo ging. Uiteindelijk kwam hij toch waar hij zelf wilde zijn. Lees maar.

Vorige week zondag was ik bij OECKK, de Europese kampioenschappen Kyokushin Karate in Den Haag. Hard, hoor. Mooi ook. Kijk hier. Wie kwam ik daar tegen? Louis van Sinderen (Haagse Directe), met wie ik over Cubaans boksen sprak. Hij was er met René Prins, die bokslessen bij Dojo Kamakura volgde, zijn comeback wedstrijd won en nu hard traint in Purmerend bij Michel van Halderen. René was 18 kilo lichter dan de laatste keer toen ik hem zag. Onherkenbaar. Zijn laatste wedstrijd heeft hij mooi gewonnen en als er een NL-titelwedstrijd komt, kan hij zo de ring in. Je vraagt je af wat het geheim van Purmerend is, wie daar traint doet het goed, heel goed zelfs.

Op de site van bokser/trainer Albert Groen staan ook enkele nieuwe stukjes over hem. Klik hier. Hij had geen bloemkooloor. Het mag geen obsessie worden, zeg ik tegen mezelf, maar ik  zou wel graag willen weten of er nog boksers zijn die zoiets hebben.