De Ring: Bep van Klaveren

Bep van Klaveren

Bep van Klaveren

De Ring 1e jaargang no.6, pag. 4-6. Jan Liber: Herinneringen aan onze grote boksers. Bep van Klaveren.

      BEP VAN KLAVEREN

Een ster ditmaal, waarvan de glans nog niet is verbleekt, mogelijk niet meer zo fonkelend en stralend als weleer, maar, vooral aan ons kleine boksershemeltje, toch altijd nog blinkend als een ster van de eerste grootte. Er zijn geen kijkers nodig om hem te zoeken. Hij staat daar nog niet het blote oog zichtbaar voor iedereen. Er zal eens een tijd komen, dat ook deze ster moet ondergaan, aan die eeuwige wet ontkomt niets op deze wereld, maar elke liefhebber van de bokssport, die hem eens zag, zal dan toch iets van die oude glans in zich bewaren. Onverbrekelijk is Van Klaverens naam, als Olympisch kampioen, tweevoudig Europees kampioen en met talloze gevechten in vier werelddelen, aan de historie van de bokssport verbonden. Zonder ook maar iemand te kort te willen doen, mag ik zeggen, dat hij de grootste van allen is geweest.

Een leven vol ups en downs, een leven vol romantiek en avonturen! Wat een schat aan herinneringen weven er zich omheen. In welk een duizelingwekkende vaart heeft hij dit leven geleefd, welk een overstelping van gebeurtenissen. Er is geen beginnen aan om dat allemaal in een paar woorden te vertellen. Een paar flitsen kan ik slechts geven. Hier een greep en daar een brok. Maar waar te beginnen? Olympische Spelen 1928, Volendam, sinaasappelenkuur? Reis naar Zuid-Afrika met Arie van Vliet? Eerste Europese titelgevecht tegen Sybille? Amerika met Theo Huizenaar? Patsi Zeuli, Joe Meyers, Frank Vandermee? Ik weet het waarlijk niet. Het is allemaal overbekend, maar het is allemaal interessant. Wat Van Klaveren beleefd heeft, is soms op het randje van het ongelooflijke. Hij heeft altijd een rijke fantasie gehad en als hij wat vertelde, moest je altijd denken: zou het wel waar zijn? Maar zijn recordlijst liegt niet. Die is groots, zonder meer.

Zo’n record heeft niemand in Nederland.

Bep van Klaveren

Bep van Klaveren

Ik ken Van Klaveren zo’n drie, vier en twintig jaar. In 1924 verscheen hij voor het eerst in de ring. Hij was nog geen zeventien en hij woog 41 kg. Een aardig, dartel diertje met veel te lange veulenbenen, een beetje schichtig, maar toen al met veel temperament en moeilijk in toom te houden. Piet Dijksman was zijn eerste leermeester. Er is wel eens beweerd, dat “Ome Nol” Steenhorst, in die dagen middengewicht kampioen van Nederland, Bep boksen geleerd heeft, maar dat is beslist niet zo. Nol had dat neefje van ‘m natuurlijk wel het hoofd op hol gebracht met zijn verwarde verhalen over het boksen, waarbij je het goud zo maar voor het oprapen had, maar moeder Van Klaveren, de zuster van Nol, een bij-de-handje als zij nu eenmaal is, had gezegd: “Nol blijft met zijn handen van ‘m af”. Zo kwam Bep bij Piet Dijksman terecht en de oude Piet is daar riojl altijd trots op. “Ik en niemand anders heb ‘m boksen geleerd”, zegt hij nog altijd met veel nadruk en dikwijls voegt hij er nog aan toe:

“Ze hebben ‘m van me gestolen!”

Stelen is misschien een beetje veel gezegd. Bep ging na een paar jaar op aanraden van vele vrienden in de leer bij Teun Schilperoort, een van de bekwaamste instructeurs van Rotterdam. Het ene succes volgde op hét andere. Hij werd amateur vedergewicht-kampioen van Nederland en uitverkorene voor de Olympische Spelen in Amsterdam. Als een net jongetje met zijn witte broek, blauw blazertje en strohoed veel te schuin op zijn zwarte haren, liep hij in het grote défilé. Een week later ging voor hem de vlag aan de hoogste mast. Het was allemaal als een droom geweest. Overwinningen op de Spanjaard J. Munos Panadez, de Engelsman F. M. Perry; in de halve finale op de Amerikaan H. G. Devine. En toen del finale, die de gouden medaille zou brengen. De Argentijn V. Peralta stond als een wildeman bekend en niemand van f de familie Van Klaveren had de nacht voor de wedstrijd ook maar één oog i dicht gedaan. Bep had de gehele nacht in zijnbed liggen boksen en vermoeid en met hevige pijn in zijn rug was hij opgestaan. Maar hij was merkwaardig kalm geweest. Oom Nol, een der instructeurs van de Olympische ploeg, wist niet meer waar hij het zoeken moest van de zenuwen, doch Bep had gezegd: “man, stel je niet zo aan, over tien minuten ben ik Olympisch kampioen.” Hij pelde een extra sinaasappeltje en stapte doodbedaard de ring in. Het werd een fanatieke, volkomen gelijk opgaande strijd. Bep liet zich niet tot vechten verleiden en won door betere techniek. De volgende nacht sliep er weer niemand in de huize Van Klaveren, maar nu was het niet van de zenuwen….

Het Rotterdamse slagersknechtje was een beroemdheid geworden. Theo Huizenaar werd zijn vriend en leidsman en er volgden enige jaren van glorie, culminerend in het lichtgewichtkampioenschap van Europa. Ook weer zo’n gevecht om nooit te vergeten, al duurde het maar twee ronden.

img066

Een foto van 18 jaar geleden. Van Klaveren verwelkomt Primo Carnera aan het D.P. te Rotterdam. Links promotor Theo Huizenaar, rechts van Van Klaveren Lou Cats, bestuurslid van de toenmalige N.O.B. (door de Duitsers vermoord), achter deze Maup Ploeg. Geheel rechts scheidsrechter Sanders.

Op de Rotterdamse wielerbaan, waar enkele’jaren tevoren tranen waren geplengd over de tragische nederlaag van Herman van ‘t Hof, werden nu – on-Hollandse – vreugdedansen gesprongen. Het was ook allemaal zo onverwacht gegaan. Bep van Klaveren was geen knock outer en daar plofte me die lange Sybille in de tweede ronde plotseling tegen de planken. Iedereen dacht dat hij gestruikeld was, maar aan de glazige blik; waarmee hij overeind kwam, was wel duidelijk te zien, dat hij een voltreffer gehad- had. Nog twee van die voltreffers en het was afgelopen.

Amerika lag voor Van Klaveren in het verschiet, maar

eerst verspeelde hij nog even zijn Europese titel

aan de Italiaan Locatelli,

vóór hij in 1932 naar New York ging.

Met een hart vol verwachtingen gingen Bep en Theo op de 29e Juli aan boord van de Statendam. Er werd van een wereldkampioenschap gedroomd, maar op 19 September waren ze weer thuis. De gouden bergen, die hun beloofd waren, bleken slechts molshopen te zijn geweest. De heer Patsi Zeuli, de Amerikaanse manager, was een dranksmokkelaar, een clandestiene kroegbaas en wie weet wat hij nog meer zou zijn geweest, als Huizenaar niet had opgepast, want Theo heeft me wel honderd maal in volle ernst verzekerd: ze zijn vast van plan geweest mij daar te verdonkeremanen, want ik was te veel. Inderdaad was Huizenaar te veel. Van Klaveren ging weer naar Amerika, maar nu alleen. De jacht naar de wereldtitel was begonnen. Geëindigd is zij nooit. Amerika werd een aaneenschakeling van teleurstellingen en desillusies. Van Klaveren had gedacht, dat hij maar ineens een wedstrijd om het wereldkampioenschap zou krijgen. Het was tamelijk naief. Er kwam niets van terecht.

 

Hij kreeg een lange reeks totaal

onbekende jongens te verwerken.

Stuk voor stuk harde knokkers en Van Klaveren moest er echt wat men noemt voor “vechten”. Hij moest Amerikaans gaan doen. Phil Rafferty, Baby Joe Gans, Jimmy Philips, Herman Perlick en Stan Loyaza werden achtereenvolgens op punten geklopt. De wedstrijd tegen de was net een aap met die verschrikkelijk lange armen. In de tweede rond zeilde Van Klaveren van een ontzettende swing door de ring en kwam plat op zijn buik te liggen. Hij dacht dat heel New York op zijn hoofd viel, vertelde hij later, maar in de achtste ronde was de gorilla nergens meer en “Van Kleeveren”, zoals hij in Amerika heette, won royaal. Zijn Europese stijl had hij nu voor goed verlaten. Hij was “fighter” geworden en hij wilde ook niet anders meer. Buiten de ring spaarde hij zich, maar in het gevecht spaarde hij zich npoit. Hij werd de vechter en de volhouder, de onvermoeibare, vermetele tempobokser en hij verwierf populariteit. De bladen — of misschien de publicity-managers — schreven over hem als “The Dutch windmill”, “the hammering Hollander”, “the Dutch cleancer” en “the man with a thousand billardballs in his hands”.

 

In de zomer van 1933

leefde men in spanning in Nederland.

De kansen op een titelgevecht waren gestegen. Van Klaveren-Billy Petrolle zou een halve finale worden. De winnaar kreeg een titelgevecht tegen Canzoneri. Nieuwe pech echter. Van Klaveren geraakte in training geblesseerd, maar de strijd moest ten koste van alles doorgaan. De gevolgen bleven niet uit. In de vierde ronde werd Beps oogwond zo erg, dat hij moest opgeven. En de revanche, die spoedig daarna kwam, verloor hij door dezelfde oorzaak in de achtste. Later heeft Van Klaveren nog enige malen tegen Frankie Petrolle gebokst, een broer van Billy, die hij op punten versloeg en men heeft het toen in Nederland wel doen voorkomen of hij de befaamde “FargoExpress” verslagen had, maar dat was niet juist. Een titelgevecht kreeg hij niet. Jimmy Mc Larnin en Barnie Ross speelden het veel gespeelde spel van stuivertje wisselen en Bep kwam er niet tussen.

In 1937 kwam hij na vele bittere ervaringen — ook op het gebied van de liefde — in Europa terug.

Als het in Amerika niet ging dan moest het maar weer in Europa. Gustave Eder. Nenijto-hal. Een overwinning voor het ‘grijpen. Grote puntenvoorsprong, maar toen een herhaling van het drama-Van ‘t Hof, knock out in de achtste ronde. Het leek afgelopen met Van Klaveren. Maar weer klemde hij de tanden opeen. De moeizame weg naar de top zou hij van voren af aan beginnen. Hij koos zich een ervaren gids: zijn oude vriend en manager Theo Huizenaar. Samen begonnen zij opnieuw en ziet, het wonder gebeurde. Binnen een jaar was de top bereikt. Van Klaveren weer kampioen van Europa. Het stadion Feijenoord was het toneel van de veel bewogen strijd tegen de Franse kampioen Ed. Tenet.

Een titanengevecht met een inzinking van Van Klaveren in het midden, die noodlottig leek te zullen worden. De mensen, schudden de hoofden al, het zou wel weer niets worden. Die Van Klaveren kon er wel mee ophouden. Maar Van Klaveren houdt nu eenmaal nooit op. Hij vocht voor zijn leven en hij kwam zijn inzinking te boven. Zijn eindspurt was daverend en meesterlijk. Tenet werd verslagen, maar eerst moest nog een scheidsrechterlijke vergissing in Parijs goed gemaakt worden voor Van Klaveren werkelijk tot kampioen van Europa kon worden uitgeroepen. Vier maanden later moest hij zijn titel afstaan aan Christoforides, een Griek, die later wereldkampioen werd. Nog gaf Eep het niet op. Kort voor het uitbreken van de oorlog ging -hij weer naar Amerika. “Ze hebben me een gevecht tegen Fred Apostoli beloofd”, zei hij en geloofde er vast in. Hij was nu eenmaal de eeuwige optimist. In 1940 bokste hij nog vier gevechten in Amerika. Won er twee tegen Ernie Vigh en Jay Macedon, bokste er een onbeslist tegen Augie Arellano en verloor op punten van Milt Aron in Chicago. Toen kwam het tijdperk van de militaire dienst, exhibitions door heel Amerika en Australië. In Februari 1947 terug in Nederland.

Moet ik nog verder vertellen? Schoen, Posno, Van Dam (weer kampioen van Nederland) en nog eens Van Dam (kampioen af). Hij is nu veertig geweest. En hij heeft er nog altijd niet genoeg van. Komt er nog een derde gevecht tegen Van Dam? Komt er daarna nog meer? Wie zal het zeggen.

Bij Van Klaveren is alles mogelijk.

Wedstrijden/Studentkampioenschappen 2010 (1)

Kwartfinales Nederlandse Student Kampioenschappen (NSK), Wellnes Profi Center in Purmerend. Zaterdag 29 mei 2010.

Terwijl ik door Purmerend wandelde, probeerde ik vijf beroemde student-boksers aan mezelf op te noemen. Spelletje. Waarom ik niemand wist, kon Jo Kantelberg mij uitleggen. Hij is met ‘fast’ Eddy Smulders trainer aan de Technische Universiteit van Eindhoven. “Het is komen en gaan. Elk jaar komen er studenten bij en we weten dan niet of ze er het jaar erop ook nog zijn. Studenten, hè. We zijn altijd aan het opbouwen.” Vandaag zijn ze er met twee van de acht wedstrijdboksers. “We zijn eerst recreatief begonnen, en toen kwamen er meer wedstrijdboksers bij. Eddy trekt ook mensen aan.”

Dat lijkt mij ook, denk ik. Hennie Thoonen gaf mij een cd met wedstrijdhoogtepunten van Eddy. Kijk eens, dat bedoelen ze dus met ‘fast’.

Het studentboksen is vanzelf anders. Ben je afgestudeerd, dan houdt je bestaan als studentbokser op. Dan kun je natuurlijk als gewone bokser bij een vereniging blijven. Dat kan zich gemakkelijk vermengen, zoals bij Willy van Haaren in zijn NABA Boxing Nijmegen. Naar ik hoor heeft hij 200 boksers, wel en geen student door elkaar. Maar toch, ’t is iets anders, dat studentboksen. Er is minder traditie. Deze kampioenschappen houden ze pas voor de vijfde keer en uit de eerste jaren hebben ze niks bewaard. * Alleen de begroting van vorig jaar. Dat het studentboksen anders is, komt ook door mentaliteit, zegt Eddy Smulders: “Op een boksschool kun je zeggen: ‘geef een linkse hoek’ en dan doen ze dat de hele tijd. Studenten moet je het uitleggen, waarom dat moet en waarom zo.”

Toch overlapt het studentboksen een beetje met de gewone bokswereld. Zo is er Verbon uit Utrecht, Verhaegen uit Maastricht en ik signaleer scheidsrechter Rexford Kortram in een nieuwe hoedanigheid als trainer. Hij vertelt me dat hij bezig is met zijn eigen boksschool: KSK, Kracht Studio Kortram, gevestigd aan de Bulgaarsestraat 40 te Schiedam. In september gaan ze voor de buurt flyeren en demonstratiewedstrijden houden. In een later stadium komen de wedstrijden en dan dus ook het lidmaatschap van de Bond. De eerste bokser van Rexford is zwaargewicht Mark Zoeteweij, student technische werktuigbouwkunde aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam.


Rode hoek Danny Polder, Rotterdam (Chris de Korte BCVA) tegen Mark Zoeteweij, Waddinxveen (Rexford Kortram) Nieuwelingen, 91 kg. Aan de ring: Rexford Kortram en Lloyd Oron.

Mark Zoeteweij na de wedstrijd

De tweede ronde staat hier, en de derde ronde staat hier. Uitslag: Mark wint. In de kleedkamer vertelt hij dat hij ooit kickbokser was. Toen kwam hij Rex tegen en: “Nu ben ik verliefd op de sport.” Dat blijft zo na zijn studie, weet hij, dus hij gaat niet verloren voor het boksen.

Ik ga naar het inslaan kijken van Pawking Man (ja, zo heet hij echt) en Eddy. Jo Kantelberg kijkt ook mee, evenals El Iich, waarvan Eddy zegt: “Ons grootste talent.” Helaas is hij alleen mee voor de gezelligheid.


Dit wordt de derde wedstrijd van Pawking, die Industrial Design studeert aan de Technische Universiteit Eindhoven. Eén gewonnen, één verloren en nu wat? In de kleedkamer is hij duidelijk zenuwachtig. Het helpt ook niet als zijn partij opeens van de zesde naar de tiende plaats verschuift. Maar de zenuwen verdwijnen tijdens het inslaan. Rekken, strekken, gewrichten soepel maken, grapjes en dan wordt het vanzelf steeds serieuzer. Opladen van energie.

Beneden is de zaal gevuld met andere studenten en met opvallend veel trotse ouders die grote fototoestellen hebben. Allemaal enthousiast. Hopelijk zijn die ouders even trots als hun zoon ooit zou besluiten  profbokser te willen worden. Tijdens je studie even flirten met de bokssport is een ding, maar er echt voor leven is iets anders.

Eindelijk begint de wedstrijd voor Pawking. Eddy had gezegd: “Meteen in de eerste ronde een indruk neerzetten.” Dat deed hij dan ook:

Rode hoek Pawking Man, Eindhoven (Eddy Smulders) tegenstander op verzoek geanonimiseerd. Nieuwelingen, 69 kg.

Pawking Man na de wedstrijd

De tweede ronde vervolgde hij op dezelfde manier, klik en kijk. Resultaat: de overwinning en juichende trainers. Zo trainer, zo bokser, dacht ik achteraf. Eddy deed bij zijn tegenstanders ook zo snel mogelijk het licht uit.

Volgende week de finales in Nijmegen. Helaas op dezelfde dag van de wedstrijdavond bij Van ’t Hof. Had ik maar een helicopter.

Ook op YouTube: Rode hoek Martin Zitman, Nijmegen (Willy van Haaren) tegen Stephan Ariesen, Eindhoven (Eddy Smulders) Nieuwelingen, 81 kg. Hele wedstrijd, begin met de eerste ronde en klik hier.

* Update 7 juni: correctie. Ik verneem van iemand anders van de organisatie dat er wel archief is. Hulde!

Wedstrijden/NK halve finales, Jaap Postma, Kevin Paulussen

Bunnik, vrijdagavond 21 mei 2010. Halve finales Nederlandse kampioenschappen.

Scherpe contrasten waren er die avond. Johan Visscher (Haagse Directe) won overtuigend van Mohammed Uysal (Soduko Gym) en was licht euforisch van geluk, en de hele Haagse Directe met hem. Johan staat in de finale om de Nederlandse titel: “Die beker gaat naar Den Haag!” In de finalepartij wacht titelverdediger Tom Cohen op hem, en die is niet van plan iets toe te geven.

Johan Visscher in de rode hoek.

Winnen is mooi. Geluk is eenvoudig. Gaat vanzelf. Verliezen verloopt moeilijker.  Dat wil zeggen, voor de bokser en de trainer. Niet voor het publiek. Wat dat betreft is de bokssport harteloos. Al die mensen om de ring, ze roepen je naam, schreeuwen wat je moet doen, jouw wedstrijd is hun leven. Maar als je verliest, is het heel stil bij jou in de kleedkamer.

Jaap Postma (Olympia Leeuwarden) bokst sinds kort in de A-klasse. Hij is er niet gerust op dat hij gaat winnen: “Theoretisch gesproken heb ik tien procent kans”. Zijn tegenstander van die avond is Stephen Danyo (Van ’t Hof), die aanzienlijk meer wedstrijdervaring heeft. Bij de medische keuring wijst Jaap hem aan: “Dat is hem”.  Zwijgend staren we even. Tien procent is niet veel, maar het is wel een kans. “Ik ga voortdurend druk zetten”, zegt Jaap. Hij heeft de voorlaatste partij. Een avond van wachten dus. Heel wat uren waarin hij aan die kans moet blijven denken.

In de zaal film ik de wedstrijd van Kevin Paulussen (SCM Maastricht), rode hoek:

Kevin is achttien jaar, heeft 13 wedstrijden gedaan: 8 gewonnen, 3 verloren en 2 onbeslist. Een goede staat van dienst, eentje waardoor je met evenveel zelfvertrouwen als waakzaamheid in de ring stapt, deze keer tegen Scott Duncan (Voltreffer). “Ik moet Kevin eerder afremmen dan aanmoedigen,” weet zijn vader en trainer Dis Paulussen. Dis staat met Jan Duits aan de ring. De uitslag is 8-8 en de jury wijst als winnaar Scott aan. Dat is een harde tegenvaller voor de mannen uit Maastricht. Vader en zoon hadden er eigenlijk op gerekend naar de finale te gaan. In de kleedkamer zit Kevin er uitgeput en verslagen bij. Hij heeft alles gegeven wat hij had en toch was het niet genoeg.

Kevin Paulussen

“Verloren met één puntje verschil,” zegt Kevin. “Hij was waarschijnlijk meer aanvallend.” Alsof boksen alleen bestaat uit aanvallen. “Ik ga nog harder trainen”, besluit hij. Dis houdt zich een beetje op de achtergrond. Morgen gaan ze evalueren. Dat is vroeg genoeg.

Bij de ring staat ‘fast’ Eddy Smulders naar het boksen te kijken. Ron Rovers (Muscle Fit) stelt me aan hem voor. Meteen zijn we on topic: het boksen. Eddy vertelt dat hij tegenwoordig een ploeg van acht studenten traint. Volgende week gaan ze naar de studentenkampioenschappen. “Dus je hebt een trainerslicentie?” vraag ik. “Een Belgische, dus ik kan doen wat ik wil”. Hij kijkt me aan of hij veel plannen heeft en ik kijk zo bemoedigend mogelijk terug. Een man met zoveel titels, daar blijf je wat van verwachten.

De partij voor de wedstrijd van Jaap is bezig. In de kleedkamer is Olympia trainer Eddy ten Cate natuurlijk bij zijn bokser. Veel hoeft er niet meer gezegd te worden. Het is hoog tijd dat Jaap de ring ingaat. Rode hoek. Daar blijkt dat die kans van tien procent te klein is. Kijk hier naar de eerste ronde, hier naar de tweede en de derde…

Jaap verliest met 17-5.

vlnr: Michel van Halderen, Reino van der Hoek, Eddy ten Cate

Daarna is het rustig in de kleedkamer. Alleen een klein groepje mannen komt naar Jaap toe. Het zijn Michèl van Halderen (Fightclub Purmerend), oud-kampioen Reino van der Hoek en Olympia trainer Eddy ten Cate. Jaap zit op tafel en de mannen staan in een halve circel om hem, Michèl recht tegenover hem. Die halve circel zegt: wij geloven in jou, en al ging dit anders dan jij hoopte, voor ons ben jij een goede bokser.

Jaap praat tegen die mannen, in korte zinnen vol emotie.

Ik was geïmponeerd
Hij bokst op zo’n hoog niveau
Ik durfde gewoon geen stoten te zetten
Ik was alles kwijt
Ik deed mee met zijn spelletje

Michèl praat duidelijk en rustig op hem in: dat dit een kwestie van ervaring is. Van uren maken. Tegen hardere jongens. Van meer wedstrijdervaring opdoen. Want hoe lang zit Jaap nou al in de A-klasse? Jij komt pas kijken. Dat de tegenstander al bezig was met de wedstrijd van morgen en dat heeft hij aan jou laten zien. En jij zag dat ook en liet je daardoor wegdrukken.

Dat alles klinkt logisch en waar. Het helpt niet echt op dat moment. De medaille heeft Jaap dan al in zijn tas gegooid. Dat had een beker moeten zijn. Spullen inpakken, het is meer dan genoeg geweest. De halve finales zijn intussen afgelopen. Iedereen gaat naar huis.

Kleding opgevouwen, we gaan naar huis.

Olympia Leeuwarden vertrekt ook. Met zo’n mentale klap is het voor Jaap een lange weg terug in de auto. Maar Eddy ten Cate zit aan het stuur.

Nieuwe wedstrijdfilms op You Tube:
Gefilmd tijdens de halve finales:  Mouin Hosseini (Seconds Out) versus Leonard Jansen (Muscular). Bekijk hier de derde ronde, waarin Jansen (blauwe hoek) na harde acties winnaar is, mede dankzij interventie van de ringarts. Elite B, halve finale tot 75 kg.

Prestatiepartij van Erdinc Cetin (Haagse Directe) en Remco Hofstede (Teus de Kruyf). Prestatiepartij Erdinc (rode hoek), en toch is er een winnaar: Erdinc wint met 6-2. Hele wedstrijd: begin bij de eerste ronde en klik hier.

Kevin Paulussen (SCM Maastricht) in de rode hoek, tegen Scott Duncan (De Voltreffer), Elite B halve finale, tot 64 kg. Hele wedstrijd: begin bij de eerste ronde en klik hier.

Johan Visscher (Haagse Directe) in de blauwe hoek versus Mohammed Uysal (Soduko Gym), Elita A, halve fiinale tot 91 kg. Johan wint met 15-3. Hele wedstrijd: begin bij de eerste ronde en klik hier.

Jaap Postma (Olympia Leeuwarden) in de rode hoek versus Stephen Danyo (Van ’t Hof), Elite A, halve finale tot 69 kg. Hele wedstrijd: begin bij de eerste ronde en klik hier.

Bonustip: ik ben bezig met de digitalisering van videobanden met daarop wedstrijden van Reino van der Hoek, vooral uit de Bundesliga. Ook erg mooi is een zwartwit opname, klik hier. Er komt nog meer aan.