Bij het worstelen op de OS

Onze man in Londen was Edmar Abdoualev, arbiter bij het worstelen. Dat klinkt eenvoudig, maar er is een lange weg aan voorafgegaan. De internationale worstelfederatie FILA ((Fédération Internationale des Luttes Associées) heeft een lange en slopende selectieprocedure daarvoor. Proefwedstrijden. Beoordelingen. Nog eens. Nou, alles wat bobo’s maar kunnen bedenken. Dan weten we het wel.
Maar Edmar kwam erdoorheen en ging naar Londen. Het was de allereerste keer dat ons land een worstelscheidsrechter had op de Olympische Spelen. Misschien een voorbode van een grote herleving in de sport, wie weet. Edmar is het doordeweekse leven (met anderen) trainer bij de worstelvereniging KSV Marshall Baarn. Ik kwam hem tegen tijdens wedstrijden in Den Haag en bij het grote Paastoernooi van de Halter in Utrecht.  Maar London, dat is net even een maat groter. En hij heeft het fantastisch gedaan (zeg ik) en fantastisch gehad (zegt hij). Ik mag een deel uit zijn mail aan mij hier publiceren, en de foto’s ook. Here goes!

Ik heb veel genoten in London. Het was daar prachtig en alles was goed georganiseerd. Het sfeer was daar heel goed en zeer positief, iedereen was vriendelijk, ook de vrijwilligers en politie. Bijna de hele wereld was daar aanwezig.

Het was een supergrote sportfeest van de wereld!!! Veel mooie worstelwedstrijden gezien, het damesworstelen was heel prachtig, het leek alsof ik in Japan was, veel Japanse supporters waren daar aanwezig. Zelfs Jacques Rogge kwam even kijken.

Een grote minpunt was dat er genoeg vrije plekken in de sportzalen waren, maar helaas geen toegangskaarten te koop. Ik heb veel mensen(zelfs uit Mongolie en Japan) zonder kaartjes buiten zien staan.

Helaas had ik niet veel tijd om rond te kijken. Ik heb vooral de wedstrijden in Excel gekeken (alleen s’avonds had ik beetje de tijd): tafeltennis, gewichtheffen, taekwondo en boks. Voor basketbal was ik te laat, want dat was in een andere deel van Londen.
In Olympic Park heb ik beetje rond gekeken, maar dat was ook rond 23.00 uur. In Olympisch Dorp is het mij niet gelukt te komen, want daarvoor had je een toestemming of een brief van het NOS*NSF nodig, zo begreep ik.
Het was overal streng beveiligd, zelfs te … (politie en soms soldaten), want in de sportzaal waar de worstelwedstrijden werden gehouden werd ik als scheids(ondanks het feit dat ik een scheidsrechtersuniform droeg) paar keer gecontroleerd, ik moest altijd mijn accreditatiekaart bij me hebben, anders mocht ik niet doorlopen. Maar ja, elke keer zeiden ze “It’s for your safety.”

Ziya Isajev-vicevoorzitter van de Russische Worstel Bond, de beste vrouwelijke polsstokhoogspringster – Jelena Isinbajeva en Edmar.

Edmar en bronzen medailliste – Guzel Manyurova -72kg (Kazakstan).

Vitaly Mutko – Russische Minister van Sport, bronzen medailliste – Lyubov Volossova -63kg (Rusland) en Edmar.

Edmar en bronzen medailliste Clarissa Chun -48?g (Verenigde Staten).

de comeback van Satisch Jhamai

Verschenen in Den Haag Centraal, vrijdag 10 februari 2012

MMA nu ook groot in India:
de come back van Satisch Jhamai

Het is de snelst groeiende vechtsport ter wereld: Mixed Martial Arts, beter bekend als MMA. Als een magneet trekt het geld, vechters, managers en promotors aan. In India is een nieuwe organisatie opgestaan met internationale ambities. De ‘Super Fight Leage’ (SFL) heeft Hagenaar Satisch Jhamai  (1980) terug in de ring gevraagd. Op 11 maart 2012 maakt Jhamai in Delhi zijn comeback na bijna drie jaar afwezigheid. Overdag is hij financieel adviseur, ‘s avonds staat hij in zijn eigen sportschool Shaolin Ryu aan de Beeklaan. Alles moet nu wijken voor die wedstrijd. Drie rondes van vijf minuten. Veel te winnen, veel te verliezen.

De opzet van SFL1 is eenvoudig: zes vechters in alle gewichtsklassen uit India tegen zes vechters uit de rest van de wereld. De locatie: Mumbai. Daarin een grote ronde ring, met een doorzichtige wand eromheen.  In de zaal is plaats voor tienduizenden toeschouwers. Er is eeen avondvullend programma. De SFL laat er geen misverstand over bestaan: dit is meedoen op het wereldniveau van organisaties als Ulitmate Fighting Championship (Amerika) en Pride Fighting Championsship (Japan). Die ambitie moeten ze waarmaken. De concurrentie kijkt toe, en houdt het oog gericht op wat er in de ring Daar is Satisch Jhamai zich scherp van bewust. Enerzijds is het een droom come back. Maar anderzijds: zo vol in de spotlights terugkeren, dat zet hem behoorlijk onder druk. Plus, hij komt uit voor India, het land waar zijn voorouders vandaan kwamen.
“Ik train zes dagen per week.  Op maandag in Pancration bij mijn oude trainer Chris Dolman, in Amsterdam. Op dinsdag hier. Op woensdag, donderdag en vrijdag in de ochtend bij mijn trainer en manager Bob Schreiber in Wormer. Op zaterdag weer hier. Op zondag rust ik in principe maar als ik daar geen zin in heb dan ga ik naar Rotterdam om bij een vriend Brazilian jiujitsu te doen. Verder doe ik elke ochtend, of nee, ik probeer drie ochtenden per week beneden cardio te doen”, vertelt Satisch. Een volle week. Maar misschien niet genoeg. “In februari ga ik met Bob de training evalueren, misschien moet er een schepje bij. Of af. Hangt ook van mijn gewicht af. Ik ben 1.93, en ben van 112 naar 106 gegaan, uiteindelijk wil ik  tussen de 103-105 wegen”.
Op gewicht zijn en blijven is niet alles. Kunnen winnen, daar gaat het uiteindelijk om. Satisch weet van zichzelf: “Ik kan lui zijn”. En dan met humor: “Ik  ben de luiste vechter die Nederland ooit heeft voortgebracht”. Hij legt uit hoe het zit. “Pas als ik pijn voel, kom ik in actie. Soms pas na anderhalve ronde of in de laatste minuten. Af en toe speel ik ook met de tegenstander, dan duurt het even voordat ik serieus ben”. Denk  aan een grote beer die op onaangename wijze in de winterslaap wordt gestoord en de bijnaam van Jhamai is duidelijk: the Bear.

Coulissen
Tot een paar maanden terug had hij zich een come back niet kunnen indenken. Die tijd was voorbij. Satisch had het bovendien druk genoeg met werk, zijn HBO studie, met les geven op zijn sportschool en met meegaan als zijn jongens wedstrijden in binnen- en buitenland hadden. Elke dag tijd tekort. Maar het lot zocht hem op tijdens een vakantie in Amerika. Dat was in september. “Ik was als sparring partner voor Stefan Struve (MMA-vechter in UFC, VL) meegegaan en bleek onverwacht goed te gaan. Met andere wedstrijdjongens daar kon ik meekomen. Dat had ik niet verwacht, ik ben er immers al zo lang uit. En het deed me ook wat om daar in de coulissen te lopen. Weer die sfeer te ervaren. Het bleef bij me, ook toen ik weer in Nederland was”.  Hier en daar ging hij peilen: zou het gek zijn om weer te gaan vechten?
Daarna kwam als vanzelf de tijd die hij nodig had om te gaan trainen. Kort na zijn terugkeer ontstonden er problemen op school. Door een verandering in het studiestelsel kon hij zijn eindscriptie pas een jaar later verdedigen, en hij zou vier, vijf vakken moeten overdoen. “Dus ik viel in een gat”. Hij keek Bob Schreiber aan, en Bob keek terug. Veel meer was niet nodig. Er werden telefoontjes gepleegd om te horen welke tegenstanders beschikbaar waren. En toen belde India. “Het had zich dus rondgezongen in het vechtsportwereldje dat ik weer beschikbaar was”.  Het zakelijk overleg duurde kort. De tegenstander werd gevonden: “Het is een Amerikaan, meer mag ik volgens mijn contract nog niet zeggen”.

Vechtsportvader
Satisch kwam al jong in de vechtsport terecht. Als jongetje van zes jaar werd hij door zijn moeder (“Ze vond me een watje”) naar de school van Charles Dumerniët gestuurd. Daar kreeg hij een aanvullende opvoeding. Wekelijke trainingen, hoe om te gaan met agressie in het dagelijks leven (“Nooit je sport misbruiken, een waarschuwende tik is genoeg”) en de boodschap om zich te blijven ontwikkelen: als mens, als vechter. Welke sporten? Kung Fu en free fight. Van zijn vechtsportvader kreeg hij boeken en artikelen over vechtsport om te bestuderen. En hij werd onder druk gezet door de ouder wordende leraar om zelf een sportschool op te zetten. “De eerste groep begon ik toen ik achttien was, denk ik. De naam Shaolin Ryu komt van hem. Het betekent: de weg van de draak”. Charles Dumerniët is er niet meer, maar in Shaolin Ryu leeft hij voort. De school heeft na veel verhuizingen in 2007 een vaste plaats gevonden aan de Beeklaan. Satisch woont boven de school.
Het is een mooie locatie, maar ook eentje met een beladen geschiedenis. Hier woonde en stierf zijn vader. Satisch: “Als er zoiets gebeurt, leer je de mensen op een andere manier kennen”. Hij vertelt er meer over. Dat het hem zes jaar heeft gekost om weer zijn weg te vinden. Dat kwam ook door de verbouwing van het pand die hij destijds op zich had genomen. En over zijn voorgenomen huwelijk dat mede daardoor afsprong. Sindsdien wil hij geen vastigheid meer, hij leeft voor zijn sport. Zeker nu hij weer terug is in de wedstrijden. Satisch is 31 jaar en een MMA-vechter kan zeker mee tot zijn 38ste. En daarna? “Misschien”.

Mumbai
Dus zo staat het ervoor aan de Beeklaan. De comeback komt elke dag dichterbij, en de planning voor de volgende twee gevechten in 2012 is al begonnen. “Ik vecht mijn tijd uit”, zegt Satisch. Maar eerst Mumbai.

Kijken naar Badr Hari

Deze column verscheen eerder in 2012 op HaagseTopsport.nl

Nog één wedstrijd, dan is hij weg. Kickbokser Badr Hari verlaat Nederland, op zoek naar gouden bergen in Amerika. Profbokser, zwaargewicht, geld en roem. Zaterdag was er een openbare training in Leeuwarden. Stampvol. Iedereen ging kijken naar die ene man.

Voor mij was Leeuwarden te ver weg die zaterdag. Net als half Nederland zat ik thuis te hoesten en te niezen. Maar de uitgebreide fotoverslagen, vooral de serie van topfotograaf Ben Pontier, die lieten weinig te raden over. Een ring, daaromheen een op elkaar gepropte massa. Een rij van fotografen, ieder met een toeter van een telelens. En dan het gezicht van Badr Hari, steeds meer geschrokken, steeds duidelijker opgejaagd wild.

In het AD had hij gezegd dat hij “op de grens van waanzin” hing. Ik geloof het. In en buiten de ring. Maar ik denk ook, wiens schuld is dat? Wat is er met die man aan het gebeuren? Eind deze maand vecht hij zijn afscheidswedstrijd als kickbokser. Daarna is hij vertrokken, enkeltje Amerika.

De druk op Badr Hari is nu al ontzettend groot. Een paar keer heeft hij zijn zelfbeheersing verloren in de ring en elke wedstrijd betaalt hij daarvoor de prijs. Een publiek dat hoopt dat het wéér gebeurt zodat ze daarna boe en bah kunnen roepen. Maar ze willen het zien, liefst vanaf de eerste rij. Op die openbare training dringen ze naar de ring. Dichterbij, dichterbij, nog dichterbij. Benauwend. Een massa die bloed ruikt, dat beklemt.

Hoho, er is een andere kant. Natuurlijk moet een topsporter kunnen omgaan met druk. Juist in de vechtsport. Mentale kracht telt daar dubbel. Daar begint het mee. Je kunt zo sterk zijn als een beer, alleen wanneer je een vechtershart bezit, kun je een stap naar voren zetten. Dat hart moet op dezelfde manier buiten de ring kloppen. Wanneer je dan in de media hoog van de toren blaast over wereldtitels halen, dan kun je ook een reactie verwachten. Zeker in Nederland, waar we liever iemand bescheiden horen zeggen: “Ach, ik zie wel hoever ik kom”.

Precies daarom is het goed dat Badr uit ons land vertrekt. We zijn geen land om vechtsporters van zijn niveau te koesteren. Straks zeg hij in Amerika hetzelfde en dan krijgt hij applaus van het publiek en daarbij de ruimte. Maar wat deden wij Nederlanders daar in Leeuwarden? Naar voren dringen, hopen dat het misgaat. Voor de sensatie. Badr Hari, ik hoop dat hij het helemaal maakt. Good luck!

Boksen in de Haagse Dierentuin

Deze column verscheen eerder op HaagseTopsport.nl

Het Nederlands kampioenschap boksen komt eraan. Waar? Ik zucht vol nostalgie. Jaren is er gebokst in de Haagse Dierentuin, zelfs Bep van Klaveren kwam hier de ring in. Allemaal herinneringen. Een boksposter van de Dierentuin? Onvindbaar.

Zaterdag zijn de wedstrijden in Nijmegen. Zondag is de finale in het Topsportcentrum Rotterdam. En dan is het klaar, in twee dagen, voorbij voordat u op het idee kwam een kaartje te kopen. Ja, het had veel spannender gekund. Klopt, je hoort er haast niks over. Het is zo gemakkelijk van boksers te houden, maar we krijgen er zo weinig kansen voor.

Was de Dierentuin er nog maar. Preciezer gezegd, waren de bokswedstrijden in de Dierentuin er nog maar. Dat gigantische complex – waar nu het Provinciehuis is – en dan die enorm grote zaal. Alle stoelen aan de kant, een boksring in het midden en er kwamen altijd meer mensen dan er eigenlijk in mochten. Voor de oorlog ademde de stad boksen. We hadden een eigen boksbond, de Haagsche Boksbond (HBB) opgericht in 1921. Zowat op elke hoek van elke straat zat een schooltje of een gelegenheid waar je kon boksen. Ursus. Door Oefening Sterk. De school van Toepoel aan de Johannes Camphuysstraat. En iedereen die je het vroeg, kon zeker drie namen van boksers noemen, zonder na te denken. Háágse boksers.

Bij ons in de stad is zowat elke zaal waar het boksen mooi was, weg. De Dierentuin werd gesloopt. Amicitia is gesloten. De oude Houtzagerij is er ook al niet meer. En dan had je ooit nog het Flora Theater en het Alhambra Theater, ook bokspaleizen. Dat was de gouden tijd van het boksen, en die heb ik gemist. Dus moet ik het doen met herinneringen van anderen en met oude boksposters. Maar dat is het gekke. Van Amicitia heb ik ze zien hangen bij boksscholen Haagse Directe en bij Houwaart. Maar van het boksen in de Dierentuin is haast niks meer over.

Alleen een foto van Bep van Klaveren zag ik een keertje, in ’54 was dat, tegen Jimmy Ligget stond hij. Maar dat was honderd procent Bep en nul procent Dierentuin. Natuurlijk won hij.

Waar zijn de posters van het boksen in de Haagse Dierentuin gebleven? Niet in het Gemeentearchief. Misschien liggen ze op zolders. Bij kleinkinderen die vaag weten dat opa voor de oorlog bokste. Ze hebben alles van toen in een ouwe kist gegooid, wat moeten ze ermee, zelf gaan ze naar het hockeyveld.

Van boksposters word je emotioneel. Tenminste, ik. Mooie oude Haagse tijden. Sentimenteel ben ik. Gek. Maar als u ze heeft?