Binnen zonder kloppen

Deze column verscheen eerder in 2012 op HaagseTopsport.nl

Weer verovert een Nederlandse sportman Amerika. Vechtsporter Alistair Overeem kwam, zag en overwon. Zijn tegenstander Brock Lesnar ging na de wedstrijd acuut met pensioen. Alistair staat aan de supertop van het MMA (Mixed Martial Arts). Nederlanders zijn beter in vechtsport dan in voetbal. Hoe kan dat?

Beter in vechtsport? Jawel. Kijk maar eens naar de finales van de grote vechtsportgala’s in Amerika of Japan. Dan ziet u hetzelfde als wanneer u langs Eurosport zapt. Altijd staan er Nederlanders in de finale. Sem Schilt. Badr Hari. Peter Aerts. Remy Bonjasky. Het lijstje is gemakkelijk aan te vullen. Stapje terug in de geschiedenis? Bep van Klaveren. Gooi alle Europese titels en wereldtitels van deze mannen op een hoop, en je hebt een berg tot in de hemel. Voetballers en een wereldtitel, daar hoeven we het eigenlijk niet over te hebben.

Afgelopen vrijdag maakte Alistair Overeem zijn debuut in de wereld van de UFC, dat is een grote vechtsportorganisatie in Amerika. Hij werd tegenover Brock Lesnar gezet, een grote vierkante man met een kop zoals die maar één keer per generatie voorkomt. Brock. Zeg het hardop en je weet hoe hij eruit zag. Opgegroeid in Texas, op een boerderij. Van huis uit een worstelaar. Dan weten we het wel.

Voor de wedstrijd was het psychologische oorlogsvoering, waarbij de een overtuigend dreigde (Brock) en de ander (Alistair) een knock out beloofde in de eerste dan wel in de tweede ronde. “He doesn’t like to be hit. And that’s what I’m going to do. I’m gonna hit him,” verduidelijkte Alistair nog voor geheel Amerika. Dat is verwachtingen scheppen. Zo zet je jezelf onder druk. Neemt Brock je mee naar de grond, dan is die worstelaar daar koning en jouw UFC-carrière is weg. Maar Alistair bleef staan, en hoe. Binnen een paar minuten was het klaar: KO! Brock stond op en verklaarde met pensioen te gaan, die wilde zoiets nooit meer meemaken. Maar “the Reem” zag er vrolijk uit. Hij begon al aan de volgende wedstrijd te denken. In Den Haag zullen ze gejuicht hebben; we hebben verschillende MMA-scholen met vechtsporters die naar Amerika kijken.

‘t Is miljoenenbisnis, daar in Amerika. Mil-joe-nen. UFC verdient klauwen vol geld aan de televisierechten, dat gaat daar pay per view. Het budget van Studio Sport is daarmee vergeleken een zakcentje, hoor. Te weinig om structureel aandacht aan vechtsport te besteden. Het is allemaal voetbal wat de klok slaat. Terwijl, laten we eerlijk zijn, het Nederlands voetbal het zoveel slechter doet dan de Nederlandse vechtsport. Dan klopt er toch iets niet?

Moeten vrouwen rokjes aan?

Deze column verscheen eerder in 2012 op HaagseTopsport.nl

Je bent een vrouw, je doet aan karate en je hoort van de bond dat je tijdens wedstrijden voortaan een rok moet dragen. De judovrouwen krijgen hetzelfde nieuws. Het moet, zegt de bond, want dat staat zo veel vrouwelijker. Bizar? Welnee. Die discussie moeten boksende vrouwen momenteel aanhoren.

Alles dat vechtsport beter en aantrekkelijker maakt, daar ben ik vóór. Duizend procent. Zonder meer. Laat dat duidelijk zijn. Vooruitgang is de redding van elke sport. Wie kan er tegen vooruitgang zijn? Niemand.

Nu gaan we een stapje verder. Is het een vooruitgang om vrouwen in een rok te laten vechten? Als een rok goede wedstrijdkleding is, hebben mannen er ook recht op. Daar horen we geen enkele boksbobo over. En dat terwijl we sinds die televisieserie Gladiator allemaal weten hoe een vechter in rok eruit ziet. Maar omdat het alleen over vrouwen gaat, is er iets anders aan de hand. We moeten vrezen dat het de boksbobo’s zijn, de mannetjes die graag naar vrouwen in rokjes kijken. Op zich is daar niks mis mee. Dat is de doelgroep van een hele industrie aan moddervechtende meisjes, en ook de Wallen doen dankzij dit soort mannetjes goede zaken. Maar kunnen die seksbeluste mannetjes van onze vechtsportvrouwen afblijven?

De grote boksbond AIBA presenteerde een kledinglijn van rokken voor boksvrouwen, dit met het oog op de Olympische Spelen volgend jaar. Dan staat boksen voor vrouwen op het programma. Je zou zeggen, dat is aantrekkelijk genoeg. De wereldtop van de amateurs treedt dan tegen elkaar aan, en hoe indrukwekkend dat is hebben we kort geleden bij het EK in Rotterdam gezien. Daar schitterde Marichelle de Jong die een gouden medaille won. In rok? Nee. In broek. Gewone bokskleren. In The Wall Street Journal zei ze erover: “Als ze vrouwen in rokken willen zien, dan gaan ze maar ergens anders heen”.

Treffend samengevat.

Geen enkele vrouw gaat de boksring in om mooi te zijn. Of sexy. Ze gaat om te winnen, en dan draagt zij kleding die dat gemakkelijk maakt. Tenzij de grote AIBA de regels verandert, natuurlijk. Kunnen ze best. Vandaag zijn de rokjes vrijwillig, maar wie weet is het een week voor de Olympische Spelen opeens verplicht. Van die kekke korte rokjes, daar denken de AIBA-bobootjes nu al verlekkerd aan, en dan ook verplichte onderbroekjes, en eh… misschien een strak shirtje erbij. Je begrijpt meteen wat ze daar eigenlijk vinden over vrouwen die boksen. Met sport heeft het niks meer te maken. Want die bobootjes, o, die bobootjes!

Klaar voor de KO

Deze column verscheen eerder op HaagseTopsport.nl

De MMA-vechter kwam indrukwekkend op. Het publiek juichte en ik keek naar zijn t-shirt waarop stond: “fragile warrior”. Minuten later ging Luuk van Bentem (Team Agua) zwaar neer. Ik zat aan de ring en stond meteen op. Om een foto te maken. Harteloos? Misschien.

Die dag scheen de zon op de vechtsport in de stad. In partycentrum Zichtenburg vond in het voorjaar een groot gala plaats vol MMA-wedstrijden. Organisator Satisch Jhamai  (Shaolin Ryu) had flink zijn nek uitgestoken, en dat pakte goed uit. Bomvolle zaal. Veel vechters. Goede wedstrijden, met ook die zware knock out, vlak voor mijn ogen. Hij zat onder het bloed, ik keek ernaar en het deed me niks en alles tegelijk. Het publiek ontplofte. Met een knock out gebeurt er iets dat moeilijk uit te leggen is. Je wordt een beetje over de rand geduwd. Je bent even iemand anders en daardoor ook meer jezelf. Net dat stukje van jezelf, dat er in het gewone leven niet is. Vol van leven, juist omdat er iemand in de ring ligt waar dat net even uit verdwenen is.

Niemand die ooit een vechter knock out heeft zien gaan, is er onverschillig voor. Het doet iets met je. Je hoopt dat ze weer opstaan. Je kijkt naar de tegenstander, de scheidsrechter, de onrust in de hoek van de vechter. Wat doet de ringarts. Is er een ringarts. Waar is die man? Bloed. Ademt hij nog. Wacht, hij beweegt. Nee, toch niet. En dan de sensatie wanneer de vechter weer opstaat. Of hij uit de dood herrezen is. En jij met hem ook. Ja, hij staat! Kijk, hij loopt, hij wil verder, hij wil door! En de wedstrijd gaat verder. Het leven ook, zo voelt het. Als een triomf.

Heb je dat ooit bij korfbal, dat soort emoties? Of eh… nou, noem eens wat. ‘t Is er toch niet. Vechtsport komt dieper bij je binnen. Toen ik Luuk van Bentem zag opkomen, had ik meteen een zwak voor hem. Vanwege dat t-shirt, maar ook omdat er iets optimistisch om hem heen hing. Een vrolijke uitstraling, waardoor het publiek meteen op zijn hand was. Sommige vechters hebben dat. Charme. Hij groette de tegenstander, de scheidsrechter, de mensen in de zaal en daarna begon het, zoals al die andere wedstrijden van het gala.

Niemand is die dag zo hard neergegaan als Van Bentem. Niemand heeft door het opstaan zoveel sympathie gewonnen. Alsof alle tegenslag uit ons leven, groot en klein, overwonnen werd door die ene man die opstond en doorging, dóórging.

Kickboksers in Katwijk

Deze column verscheen eerder op HaagseTopsport.nl

De vloek van Hoorn hing over Katwijk. Sinds die vechtpartijen in mei is elk kickboksgala verdacht. Moet je tegen kunnen als organisatie. Je hoest een keer te hard en je bent je vergunning kwijt. Zaterdag was er in Katwijk een kickboksgala. En wat gebeurde er?

Er zijn weken dat ik er niet kom, in Katwijk aan Zee. Vissers, verenigingen die Koninginnedag vieren en de zee. Tja. Maar toen er daar een kickboksgala werd georganiseerd, wilde ik dat zien. Kamakura Katwijk bestaat al sinds de jaren ’90. Het is een satelliet van onze Kamakura in de Gheijnstraat. In Katwijk doen ze alleen kickboksen. Er is weinig verloop in de club, wat me niks verbaasde. Het is trouw volk.

Het gala was in TriPodia, een theater in het winkelcentrum. Ik hing rond in de foyer om te kijken wat er binnenkwam. Hoe dat ging. Iedereen leek elkaar te kennen. Het was gezellig, bijna gemoedelijk. Wat kinderen die rondhuppelden en tikkertje speelden. Dat is old skool, hoorde ik later. Die sfeer. Zoals het vroeger was. FightstarTV kwam binnen, alles ging live het internet op. Twintig partijen stonden op de lijst, dus een volle avond. De kickboksers gingen in en uit de ring, de ringspeaker galmde de namen, en de zaal stroomde voller en voller. Een goede meerderheid aan Katwijkers. Sponsors uit Katwijk. Vertrouwd. Maar al organiseren ze daar bijna dertig jaar datzelfde gala, dit jaar was het toch anders. Dat kwam door Hoorn.

Bij de organisatie was onrust, of beter gezegd, ze stonden op scherp. Dan zie je iemand die tegen jou glimlacht en intussen met zijn ogen iets anders zegt. Want sinds Hoorn weet iedereen: als het om kickboksen gaat, dan liggen de kaarten anders. Bij voetbal heb je rellen waar een oorlogsmacht aan politie bij komt (jaja, van onze belastingcenten) en dat leidt alleen tot nog meer vergaderingen. Bij het eenvoudigste kickboksgala hoeft er maar één man een andere man scheef aan te kijken, of je bent je vergunning kwijt. Ook als die man toevallig scheef keek van de kiespijn.

Sinds Hoorn hebben overal in Nederland burgemeesters kickboksgala’s afgelast, met als dieptepunt het grote gala in de Rotterdamse Topsporthal. Dat is slecht voor de sport. Het lijkt me ook slecht voor de stad, zo’n bange burgemeester. Hopelijk heeft hij een vrouw die zijn hand vasthoudt als het ‘s nachts donker wordt.

Dus in Katwijk deden ze wat ze altijd doen. Schouders aaneen, schouders eronder. Alles in eigen hand houden. Beveiliging aan de deur door jongens uit de club. Strak toezicht in de zaal. Bij het minste relletje meteen ingrijpen. Dus toen iemand een meisje lelijk aankeek, stond er prompt een Katwijker bij. Dan is het meteen klaar. Al met al gebeurde er eigenlijk niets, de wedstrijden waren fantastisch, de stemming zat er in, terwijl iedereen toch wist dat we die hele avond op eieren hadden gelopen. En waarom nou eigenlijk?