50 keer KO

Deze column verscheen eerder in 2012 bij HaagseTopsport.nl

En jawel, het is hem weer gelukt. Wladimir Klitschko heeft een tegenstander KO geslagen. Partij gewonnen, wereldtitel behouden. Zijn broer Vitali keek toe en zag dat het goed was. Klitschko rules. Bent u ook al Klitchko-moe?

Wie de tegenstander was, doet er eigenlijk weinig meer toe. Ze komen, worden neergemaaid, en ze gaan. De een roept nog wat in de pers, de ander gaat gewoon weer trainen. Vijftig tegenstanders. Ze zouden eigenlijk een clubje moeten vormen. Uit liefde voor de bokssport.

Want ja, zolang die twee broers Klitschko er zijn, valt er nauwelijks wat te winnen voor de rest. Het zijn sterke boksers, uitmuntend in conditie, weergaloos in techniek. Dat hebben we keer op keer gezien. En hoe vaak moeten we dat nog een keer aanschouwen? Wladimir is pas 35 jaar. Die gooit er als hij zin heeft nog gemakkelijk tien, vijftien jaar bij. George Foreman deed het op die leeftijd ook uitstekend. Dus het kan. Als hij wil. En hij wil het, dat zie je zo. Elke KO is weer even heerlijk als de eerste keer. Hij went nooit aan het wennen. Het kan.

Alleen, moet het?

Moeten we nog al die jaren doorgaan met een Klitschko die de zoveelste KO op zijn naam schrijft, die de club van 50 vergroot naar de club van 75, de club van 100, de club van ikweetniethoeveel? En die andere Klitschko doet óók al mee.

Met dat gouden jubileum lijkt me een mooi moment gekomen om een stapje terug te zetten voor de broertjes. Uit de ring gaan, en uit de ring blijven. Voorgoed. Afscheid nemen op de top van je kunnen heet dat. Dat helpt net als te vroeg doodgaan enorm bij de legendevorming. Voor jong doodgaan is het te laat voor de Klitschko’s. Blijft afscheid nemen over.

Om het geld hoeven ze niet door te gaan. Het Klitschko imperium heeft ook een webwinkel waar je je leeg kunt kopen. Alles waar een Klitschko op staat, dat heeft een prijskaartje. En in alle landen bezorgen ze aan huis. Hoort u ook de kassa?

Ik gun ze elke euro, daar gaat het niet om. Maar ik gun andere boksers ook een kans om een wedstrijd te winnen. Een competitie die terecht zo heet. Boksgala’s met de Klitschko’s aan een VIP-tafeltje. Als dank, zolang ze maar blijven zitten.

Waar zijn de wedstrijdfilms?

Dat was even slikken. Op de 8mm-banden die Hennie Thoonen mij zo royaal had meegegeven, stond veel, maar niet zijn wedstrijd uit 1970 tegen Lolle van Houten. Eigenlijk had ik er wel op gerekend. En wat nu?

Lolle van Houten in 1970 (bron: Leeuwarder Courant)

Doorgaan. Met extra vastberadenheid. Want er zijn meer bokswedstrijden gefilmd dan we denken. Lolle van Houten heeft twee keer tegenover Lubbers gestaan, zou dat niet gefilmd zijn? Het is een kans. De toenmalige penningmeester van Frisia, Anne Welles, hield van fotograferen en ook van filmen. Weer een kans. Er zijn regionale archieven en landelijke beeldbanken. Kansen.

Eddy Kiks vertelde me dat zijn wedstrijden ook gefilmd zijn, alleen wist hij niet meer door wie. Toen, net als nu, stonden er dus mensen met een camera in hun handen te filmen. Dat zal zeker het geval zijn geweest in 1965, de halve finale nationale kampioenschappen tegen Eddy Kiks (Amsterdam, Krasnapolsky) en in de Rotterdamse Rivierahallen tegen Joop Walda. Ook in de finale van 1970, in de oude RAI van Amsterdam, tegen Eindhovenaar Hennie Thoonen.

De vraag is dus: als de wedstrijden van Lolle van Houten gefilmd zijn, wie zou dat dan gedaan kunnen hebben?