Kukkiwon demonstratieteam

Team met bobo’s

Kukkiwon demonstratieteam. Woensdag 6 april 2011. Sporthal Leidschenveen

Op taekwondo sites zag ik steeds hetzelfde persbericht verschijnen. Dat het Kukkiwon team naar Nederland kwam. Wegens vijftig jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Korea. Hoe geweldig het team was. Kukkiwon, taekwondo headquarters. Voor de eerste keer in Nederland, op uitnodiging van de Nederlandse Taekwondo Bond en de Koreaanse ambassade.  Ze hadden al meer dan 100 landen aangedaan en nu eindelijk kwamen ze naar Nederland. Daar kwam het bericht op neer. Maar ja, wie en wat en hoe, dat wil je dan toch weten. Tenminste, ik wel. Na een tijdje telefoneren had ik iemand van de Koreaanse ambassade aan de lijn die me vertelde dat het “crème de la crème” vanavond zou zijn, taekwondo en de artistic value. Een team van 12 jonge mensen. Dus ik was benieuwd.

De demonstratie duurde een uur, en het liet me nadenkend achter. Of ik de sport zelf gezien heb, weet ik niet. Het uur was gevuld met een mengeling van acrobatiek en breektechnieken, afgewisseld met groepsoptredens vol discipline. Tegelijk lopen, zitten, buigen. Dat werk. Alles met een strakke choreografie, ook de enkele scènes van het type ‘vrouw weert aanvaller af’. Naast me stond een man die bijna dertig jaar taekwondo beoefende en hij vond alles even prachtig. Bij een reeks trappen waarbij zes planken achter elkaar werden gebroken,  juichte hij hardop. De bomvolle zaal applaudiseerde graag en lang; alle Haagse taekwondo verenigingen leken present te zijn. “Nu weten we weer hoe het moet”, hoorde ik zeggen.

Een van de vele breektesten.

Rechtsvoor staat iemand met een appel op zijn hoofd.

Ik kwam niet voor de artistic value. Wel voor de sport. Wat had ik eigenlijk gezien? Een uur sportentertainment. Acrobatiek met vechttechnieken erin. Reclame voor taekwondo. “Come visit us in Korea”, zei nog iemand. “Maybe one day”, antwoordde ik.

Gek genoeg heb ik toch iets van taekwondo ontmoet in de minuten dat ik sprak met master Kim Myung-Soo. Via een tolk die Engels sprak. Master Kim. Hij is de directeur van het Kukkiwon team. Een oudere man, even vriendelijk als waardig in zijn uitstraling. Beheerst.  Waardoor ik dacht, kracht, controle en elegantie, hmmm, ja, in die richting. Ongetwijfeld heeft hij ook andere kanten, vooral als hij les geeft. Maar tegen mij, op dat moment, was het glimlachen en buigen. Van de weeromstuit deed ik het ook. In Nederland vond hij iedereen “very nice”, ze waren er nu drie dagen en morgen gingen ze alweer weg. “I see”, zei ik. Op zijn kaartje stond: ‘heart of taekwondo’. Dat geloofde ik meteen.

Soms gaat het er niet om wat iemand zegt. Wel hoe. En wat je daarbij voelt. Iets van ontzag en ontroering. Voelen dat deze man drager van tradities is, van kennis en kunde die van de ene op de andere generatie is doorgegeven. Het speet me enorm dat de taal tussen ons in stond. Al had het misschien niet veel geholpen, van de individuele openhartige gesprekken leken de Koreanen niet zo gecharmeerd te zijn.

Maar het is aan de aanwezigheid van master Kim te danken, dat ik nog steeds nieuwsgierig ben naar taekwondo. Ik zou het graag eens zien, maar bij voorkeur zonder de artistic value.

Kort voordat het begon. Ze waren er al in de vroege middag.

Soms stopte de muziek. Je wist nooit of het opzet was of niet.

Speech van de ambassade. De versterker moet vastgehouden worden.

Verschillende breektesten met een hoog acrobatisch gehalte.

En ja, alles ging dwars doormidden.

Master Kim Myung-Soo

Na afloop mocht iedereen foto’s van dichtbij komen maken.

Druk!

Op expeditie

Een kleine twee weken geleden zag ik een klassiek bloemkooloor. De eigenaar was een Poolse bokser-worstelaar die ook aan jiu jitsu deed.  Helaas mocht ik geen foto van maken, maar wel eraan zitten. Dat deed ik dus. Het oor voelde dik aan, keihard ook, met al die dikke rimpels erin. Pijn deed het niet, ook niet toen ik kneep. Bloemkooloren ken ik uit boksverhalen over de tijd voor de oorlog. Ik wist niet dat ze nog voorkwamen. “Door het worstelen,” zei hij, “zonder oorkappen.” Hij was lid van worstelvereniging Simson KDO, maar oorkappen gebruiken ze geloof ik nergens in worstelland.

En zo had ik weer een verband gevonden tussen boksen en worstelen. Historisch zijn de sporten verwant, en nog steeds lopen ze een beetje in elkaar over. Bij de sportschool van Bert Kops in Amsterdam natuurlijk helemaal; daar kun je boksen en worstelen. Bert Kops senior heeft handenvol worsteltitels op zijn naam staan.

Zo kom ik via het boksen in verwante werelden terecht. Ik ben op expeditie. Dus maakte ik voor het overzicht een nieuwe site Hoekvrouw2.nl Over vechtsport en krachtsport. Afgelopen zondag was ik bij het Nederlands kampioenschap bankdrukken. In Alkmaar.  Daar merkte ik ook hoe goed bij bokswedstrijden geregeld is. Wij hebben bijna altijd mooie wedstrijdoverzichten met naam van de bokser, gewichtsklasse en vereniging. Afgelopen zondag vroeg ik naar zo’n overzicht en men keek mij aan of men water zag branden. Was er niet. Hadden ze niet. Kwam nog wel eens online. En ik dacht, mensen, het is een Nederlands kampioenschap, doe daar iets mee.

Ik filmde onder andere Torben Olsen: 21 jaar en 103,5 kilo’s wegende.  Hij telt daar als ‘junior’. Torben zag ik 210 kilo omhoog tillen. Als kind wilde hij al krachtsporter worden, maar zijn ouders hadden liever dat hij naar judo ging. Uiteindelijk kwam hij toch waar hij zelf wilde zijn. Lees maar.

Vorige week zondag was ik bij OECKK, de Europese kampioenschappen Kyokushin Karate in Den Haag. Hard, hoor. Mooi ook. Kijk hier. Wie kwam ik daar tegen? Louis van Sinderen (Haagse Directe), met wie ik over Cubaans boksen sprak. Hij was er met René Prins, die bokslessen bij Dojo Kamakura volgde, zijn comeback wedstrijd won en nu hard traint in Purmerend bij Michel van Halderen. René was 18 kilo lichter dan de laatste keer toen ik hem zag. Onherkenbaar. Zijn laatste wedstrijd heeft hij mooi gewonnen en als er een NL-titelwedstrijd komt, kan hij zo de ring in. Je vraagt je af wat het geheim van Purmerend is, wie daar traint doet het goed, heel goed zelfs.

Op de site van bokser/trainer Albert Groen staan ook enkele nieuwe stukjes over hem. Klik hier. Hij had geen bloemkooloor. Het mag geen obsessie worden, zeg ik tegen mezelf, maar ik  zou wel graag willen weten of er nog boksers zijn die zoiets hebben.

NK Bankdrukken 2011

Nederlandse kampioenschappen bankdrukken, zondag 27 maart 2011. SSS (Sport Staalt Spieren) Alkmaar.

Van te voren had ik gemaild, of het wel goed was dat ik kwam. “Ja hoor.” En dat ik dan ook een stukje erover ging schrijven. “ Best.” Maar ik wist er niks van. “Kom gerust.” Dus ik ging op zondagmiddag naar Alkmaar, om de Nederlandse kampioenschappen bankdrukken te zien. ’s Morgens waren de dames en de wat lichtere gewichtsklassen geweest, ’s middags kwamen de senioren en de masters. Wat ik begrepen had: bankdrukken is een van de drie disciplines van het powerliften. Kniebuigen en deadliften zijn de andere twee.

Bij binnenkomst vroeg ik om een overzicht van de deelnemers en de verenigingen. Was er niet. Ik kon op de computer meekijken. Maar ik ben een schrijvend mens dat graag papier in handen heeft. Kon niet. Dan merk je dat deze sport in een kringetje ronddraait. Ze doen weinig aan de pers, en de pers kan er dus ook weinig mee doen. Onbekend, onbemind. En dat is jammer, want die middag waren kracht en schoonheid op sommige momenten harmonieus verenigd. Je realiseert je dan dat hiervoor hard getraind moet worden.

Op kracht, allereerst.
Kracht kun je kweken, met training en voeding. Beetje supplementen. Nee, geen anabolen of ander spul. Als de Powerliftingbond je pakt, heb je zo een schorsing. Die zijn streng, en terecht, want hoe klein de sport in Nederland ook is, internationaal doen we het goed.

Dan is er techniek. Dat ook. Want kracht moet intelligent ingezet worden.
Je ziet het meteen aan hoe een ‘banker’ gaat liggen. In balans, gericht op dat ene: de halter met dat gewicht correct omhoog stoten, vasthouden, terugplaatsen op het rek. Drie beurten, de beste telt. Op een bord werd het gewicht aan de halters weergegeven.

Om de bank staan drie mannen als bescherming. Altijd een risico dat de halter valt, een minieme verkeerde beweging, en jij bent geplet. Dat moet niet. In de kring om de drie mannen zitten drie scheidsrechters. Zij beslissen of het goed was. Zo ja, drie van de lampjes branden wit licht. Zo nee, rood licht. Dan loeit de zaal.

Erg druk was het niet. Familie, vrienden en kennissen. Iedereen kende elkaar, en ik kende niemand. Een kleine wereld. Ik maakte snel wat kennissen en vroeg naar het hoe en wat. Zo hoorde ik dat er zo’n tien verenigingen waren vandaag, met in totaal 77 inschrijvingen. Dat is zo’n beetje iedereen die aan bankdrukken doet, van de jonkies tot en met de ouderen. De tijden van Gerard du Prie zijn voorbij, de wereldkampioen van 1983, die de aandacht in Nederland wist te trekken.

Jammer is dat. Want ik gun de sport een groter publiek. Waarom zou een fysieke prestatie minder zijn dan een creatieve prestatie? Aanleg, talent, doorzettingsvermogen en kunnen omgaan met druk. Het laat zien wat een mens kan zijn, kan doen, en daar gaat het om.

Toen ik Torben Olsen zag, keek ik nog eens goed. Hij was geconcentreerd, bijna op het routineuze af. Die indruk klopte. Torben is 21 jaar en traint sinds zijn 13de. “Ik zat op judo en jiu jitsu maar wilde eigenlijk dit doen. Mijn ouders hadden het liever niet.” Via via kwam hij toch in de krachtsport terecht, en met succes, want hij wint veel. Volgend jaar verwacht hij naar het EK te gaan. Als dat lukt, want het leven is vol: zes dagen per week werken als vrachtwagenmonteur, zeker vijf keer per week trainen. En’t is alles zelf betalen, zeker als je naar een wedstrijd gaat is extra voeding duur. Hij weegt nu onder de 105 kilo, een goed gewicht, dat onderhouden moet worden. Iets als profleven bestaat helaas niet in zijn sport, vertelde hij. Al zou hij dat graag willen: “Dan kan ik twee keer per dag trainen.” Sponsoring organiseren is lastig, de sport staat niet zo in de belangstelling. Maar hij houdt er nu eenmaal van.

Ik filmde zijn derde beurt, met een gewicht van 210 kilo. Kijk maar. Kalk op zijn rug (tegen het uitglijden) en op zijn handen. Let ook op het typische bankdrukshirt, dat beschermt de spieren een beetje. Want daar komt veel druk op te staan.

Het leek gemakkelijk. Maar dat is Torbens stijl, dat soepele. Vergelijk het eens met Pjotr van den Hoek. Een showbizzmoment, spectaculair, maar ’t loopt anders af. Toch wel met 247,5 kilo aan de halters.

Tegen de penningmeester van de Powerliftingbond klaagde ik over het gebrek aan informatie. Hij legde uit: dat SSS Alkmaar de organisatie pas zo’n acht weken geleden op zich had genomen. Maar! Straks vinden in Nederland de West-Europese kampioenschappen plaats. Op 17-18 september, in Cuijk. Of ik ook kwam. “Eerst vandaag”, zei ik streng, want een Nederlands kampioenschap is in principe best indrukwekkend. Alleen, wie wáren nu die kampioenen?

Aan de organisatie vroeg ik om een printje van alle uitslagen. Hun laptop stond open. Waarvoor? vroeg men verbaasd. Ik zeg, een stukje voor mijn blog. De organisatie zei dat de printer het niet goed deed en dat ze wel een kopie voor me zouden maken. Ik kreeg de bladen dubbelgevouwen in handen. “Dankuwel”, zei ik. In de trein vouwde ik de papieren open. De fotokopie was mislukt, door de witte vlekken waren namen en verenigingen onleesbaar. In ieder geval zag ik Torben met een beker. Stond hem mooi.

Hieronder wat foto’s.

Buiten hangt dit bord.

Zaal met publiek. Voorin gebeurde het.

Beschermend toezicht.

Bankdrukken doe je met je hele lichaam.

45.005

Zonet keek ik even naar de statistieken en toen had ik een kopje goedenachtrust-thee nodig, ook al is het nog middag.

Statistieken: 45.005 bezoekers voor Hoekvrouw.nl/

Dat is sinds den beginne hoor, alles bij elkaar geteld. Maar toch best veel.

Allemaal een kopje thee? De laatste vijf krijgen er een chocoladekoekje bij.

Het gekke is, dat ik vaak het gevoel heb pas begonnen te zijn. Ik zie steeds meer boksgeschiedenis en kom dus ook steeds meer tijd tekort. Plus dan moet ik ook tijd besteden aan geld verdienen, want ik betaal alles zelf.  En er is nog zoveel te doen.

Dus ik ga vastberaden verder op de ingeslagen weg. Op mijn werktafel ligt een lijstje dat lang is: daar heen, die bezoeken, dat filmpje bekijken.  Denken aan zolders waar vast nog veel boksspullen liggen.

Met hartelijk dank aan iedereen die naar dit bokslog doorlinkte. Ik zal vlijtig verder werken. Kom nog eens terug. Is gezellig.