The Reem in moeilijkheden

Deze column werd eerder gepubliceerd op Haagsetopsport.nl

Hij ging het helemaal maken in de Amerikaanse MMA, Alistair Overeem. Zijn gevecht tegen Brock Lesnar was de warming up. Zelden was MMA zo spannend voor ons Nederlanders. The Reem won en nu kwam het grote geld. Tot dat ene moment…

Dat ene moment kwam toen Alistair Overeem onder ogen moest zijn dat hij getest ging worden op het gebruik van verboden middelen. Er kwamen buisjes, er moest gevuld worden. Toen moet hij het geweten hebben. De uitslag was positief: 14:1 terwijl 1:1 gewoon is. Andere bronnen noemen 10:1, ook veel te hoog. In Amerika is iedereen afwisselend boos (de organisatie), teleurgesteld (de fans) en gefascineerd (de journalisten). Wat gaat er nu gebeuren?

Eén feit staat vast. Op 24 april moet The Reem voor een commissie verschijnen om zich te verantwoorden. Iedereen hoopt dat er een logische verklaring is. Misschien lag het aan, ja, je weet niet wat? The Reem heeft zich er altijd op laten voorstaan helemaal clean te zijn. En daar komt bij, ‘t is zo’n sympathieke man, je wilt hem gewoon geloven.

In Amerika doen ze nu opeens of al die reuzen van vechters zo zijn geworden dankzij een dieet van karnemelk en roggebrood. En op tijd naar bed, plus af en toe wat levertraan. Niemand die in dat sprookje gelooft.

Soms zie je een mens, die het mens-zijn ontstegen is. De spieren zijn kabels. Groot en dik. Kijk naar zo’n arm, het is een massieve boom, ontzagwekkend. Als die mens loopt, dreunt de aarde. Daar blijf je naar kijken en je voelt je er een muis naast. Wanneer zo’n reus in gevecht gaat met een andere reus, dan wil je dat zien. Dus dan koop je een kaartje. Aan dat kaartje verdient een man, die de vechters uitbetaalt.

Geld verandert mensen. Soms kunnen ze niet goed meer nadenken. De man die gevechten organiseert moet aan de geldziekte zijn gaan lijden. Slappe hersens krijg je dan.

Want hoe kun je over reuzen zeggen dat ze alleen op karnemelk en roggebrood leven? Dan zouden ze niet lang meer reus zijn maar krimpen tot het formaat van een mannetje theelepel. Om groot te worden heb je heel wat anders nodig, om groot te blijven net zo goed. Zo gaan die dingen. Het is de realiteit.  En daar botst The Reem nu op.

Nee tegen de Bond

Deze column werd eerder gepubliceerd op Haagsetopsport.nl in 2012

De klap dreunt nog na. Vorige week bedankt bokser Marichelle de Jong voor een rondje flauwekul met de Boksbond. Die zouden bepalen wie er naar de Olympische Spelen mocht. Zij, of Nouchka Fontijn. Dezelfde gewichtsklasse. Eén kans. Of niet?

Hoe dan ook, kort voordat de Boksbond met onpeilbare wijsheid zou beslissen wie er naar de Spelen in Londen mocht, liet Marichelle weten dat het niet hoefde. Zij gaat zich richten op de wereldkampioenschappen boksen. Dat wil zeggen: in haar eigen gewichtsklasse tot 69 kilo, waarin ze al Europees Kampioene is.

Een mooi besluit. Moedig om uit jezelf nee te zeggen tegen iets waarvan je al zo lang droomde. Naar de Olympische Spelen te gaan, geschiedenis te schrijven, omdat dit jaar voor het eerst vrouwen in de bokssport daar mee mogen doen. Maar ze zei nee. Tegen het laatste restje van die droom. De afgelopen maanden is die droom langzaam aan flarden gescheurd. Hoe zat het ook al weer?

Twee boksers. En één ticket. Alleen voor de 75 kilo gewichtsklasse. De Bond zei tegen de ene bokser: ga hoger. Ze deed het. Daarna zei de Bond, o ja, we rekenen alle resultaten mee, dus nou ja, jammer dat je nog maar zo kort in de hogere gewichtsklasse bokst.

Gelooft u het? Nee, nou, ik evenmin. En toch is het zo gebeurd. Fontijn gaat naar Londen en we zullen heus kijken als haar wedstrijden op tv komt, maar dan zal ik net als iedereen aan Marichelle denken en aan de scheve telling. En dan denken we aan het WK in China, en hoe verschrikkelijk mooi het zou zijn als ze met goud terugkwam. Reken maar dat ze nu op scherp staat.

Het ellendige is natuurlijk dat er een vlek op het blazoen van de bokssport zit. Het is moeilijk te geloven dat het duizend procent eerlijk is gegaan. Je zult een dochtertje hebben of een buurmeisje dat leuk kan boksen. Zo’n snel meisje, niet gauw bang, vlug op haar voeten. Een meisje vol ambitie over wat ze allemaal kan bereiken, misschien wel ooit naar de Olympische Spelen. Die gedachte motiveert. Wat moet je zeggen tegen dat dochtertje of buurmeisje?

Dan zeg je: Doe maar. Ga jij maar boksen. Hang een foto van Marichelle de Jong boven je bed. Verander nooit van gewichtsklasse. En word wereldkampioen, net als Marichelle.

Nakada in de Zoutmanstraat

Deze column verscheen eerder op Haagse Topsport.nl/ 2012

Daar is het, in de Zoutmanstraat. Of beter gezegd, daar was het. Nakada, de school van Johan van der Meulen. Nummer 61a, om precies te zijn. Eindelijk kon ik achter de etalage kijken, dankzij een mooi boek over die school.

Voordat u het bij Bol.com bestelt, moet ik wel waarschuwen. Het maakt treurig, vanwege alles erin dat voorbij ging. Johan van der Meulen is er niet meer, het Japanse harnas dat ooit in de etalage stond is weg en komt evenmin ooit weerom. De foto’s zijn te klein afgedrukt en bovendien te donker, waardoor je blijft turen naar iets waar je mee van wilt zien. Voor een apart fotoboek had ik graag het dubbele betaald. Maar dat is er nog niet. Oude vechtsportfoto’s, daar worden de mensen sentimenteel van. Ik ook.

De schrijver van het boek is J.H.G. Smits. Johan trainde ook bij Nakada: “Ik heb er judo, jiu-jitsu en ook wat kendo geleerd”, zo zegt hij achterin het boek. En: “Ik denk nog vaak, soms met enige weemoed terug aan mijn tijd op de mat bij meneer Van der Bruggen in zijn prachtige school Nakada”. Daarom ging hij schrijven, om deze geschiedenis te bewaren.

Het is een ongewoon boek geworden. Een beetje van dit en dat. Herinneringen van oud-leerlingen. Familiefoto’s. Een lijst die een “biografische kalender” heet. Uitleg over de sporten. En achterin meer over de auteur, die evenveel van geschiedenis als van vechtsport lijkt te houden. “Zijn eerste boek”, staat erbij. Moge er nog vele volgen, en dan vooral een paar uitdiepers over Nakada. Zoals dat fotoboek, dus.

Wat gek is het toch dat we in de stad zo’n rijkdom aan geschiedenis hebben en er zo weinig mee gedaan wordt. Ja, wat de vechtsport betreft dus. Straks komt weer de Dag Van De Haagse Geschiedenis die dit jaar helemaal in de open lucht plaatsvindt. Een soort braderie, ben ik bang. De dag der dagen om iets te doen aan de sportgeschiedenis van onze stad, maar om te zeggen dat er aandacht voor is? Neen. Dat dagje is entertainment geworden.

Ik durf te wedden dat niemand het boek over Nakada kan lezen zonder één keer te zuchten bij de foto’s. Nostalgie en sentiment, en dan komen de verhalen los. Allemaal Haags. Met details en verwijzingen naar andere sportscholen en naar schoenendozen met foto’s. O, dat er nog veel meer Nakada boeken mogen komen, Johan, zet ‘m op.

Leve het bloemkooloor!

Eerder gepubliceerd in 2012 op Haagsetopsport.nl

 Een oor kan zomaar stukgaan, vooral als je worstelt. Of MMA doet. Of op een andere manier flink hard op de mat terecht komt. En dat oor kan dan dik en kronkelig worden.  Dan heb je een bloemkooloor. In Amerika is het een ereteken. In Duitsland kunnen ze het genezen.

Zelf heb ik een zwak voor bloemkooloren, vooral wanneer ze aan het hoofd van een oudere worstelaar zitten. Een man van minstens zeventig jaar, die de helft van zijn leven worstelde. Ze zijn er, meer dan u denkt. Maar als ik het geluk heb zo’n man tegen te komen, houdt het meteen op. Want ik durf niet te vragen wat ik wil: “Mag ik aan uw bloemkooloor voelen?” Dat dit ook onschuldig kan zijn – het is wat het is – valt nauwelijks uit te leggen. Dus dan zwijg ik maar.

Evenzogoed, in Duitsland zit een arts die vol trots op zijn foeilelijke website de oplossing aanbiedt voor het Blumenkohlohr, iets dat hij een “unangenehme Nebenerscheinung” van vechtsport noemt. Dr Frank Sledziowski weet raad en dat is natuurlijk niet gratis, al rept hij niet over tarieven. Als vrouw weet ik: kleren zonder prijskaartje zijn het duurste. Zo is dat hier vast ook. De normale behandeling van een bloemkooloor is een operatie, maar in Deutschland gaat het anders: “Eine weniger spektakuläre Behandlungsmethode, welche ich hier kurz mit zwei Bildern dokumentiert habe, führe ich in meiner Praxis durch.” En dan verwijst Dr Frank naar de twee plaatjes, die inderdaad veelzeggend zijn.

Zou het aanslaan? Prijzig is het zeker. Je moet naar Duitsland om zo’n plaatje op of misschien wel in je oor te laten schroeven. Dan zijn er noodzakelijke controles. Een afspraak voor verwijdering van de klem. De nazorg. Nog een keertje extra terugkomen voor de zekerheid. En ja, dan is de bloemkool uit je oor.

Tenminste, als je dan ook met je sport gestopt bent. Nee, ook niet trainen. In de maanden dat je oor in de klem zit, ga je postzegels verzamelen. Of geraniums kweken, waar je vervolgens achter kunt zitten wachten.

Ik maak er maar grapjes over, maar leuk vind ik het natuurlijk niet. Het bloemkooloor mag er niet meer zijn, alle oren moeten er hetzelfde uitzien. In Amerika lopen ze vol trots met grote oren rond. Beter dan een medaille, overtuigender dan een wedstrijdboekje. Schoonheid die betekenis heeft. Eretekens van de vechtsport. Wie kan er tegen zijn?